Mijn bijstandsaanvraag is afgewezen
Rechtswijs Je hebt een bijstandsaanvraag gedaan bij de gemeente en je hebt een brief ontvangen: afgewezen. Misschien vanwege je spaargeld. Misschien omdat je met iemand samenwoont. Of misschien omdat de gemeente vindt dat je niet genoeg informatie hebt gegeven. Het voelt alsof het laatste vangnet onder je vandaan wordt getrokken. Maar een afwijzing is niet het einde. Je hebt het recht om bezwaar te maken, en in veel gevallen maakt de gemeente fouten die de rechter later corrigeert.
De bijstand is geregeld in de Participatiewet Art. 11 Participatiewet. Iedereen die in Nederland woont, onvoldoende inkomen heeft om van te leven en niet genoeg vermogen heeft, kan in principe aanspraak maken op bijstand. In de praktijk is het ingewikkelder dan het klinkt. De gemeente beoordeelt je aanvraag en weegt allerlei factoren mee: je spaargeld, je woonsituatie, je inkomsten en of je alle gevraagde informatie hebt aangeleverd.
Waarom wordt een bijstandsaanvraag afgewezen?
De meest voorkomende redenen voor een afwijzing zijn te hoog vermogen, de kostendelersnorm en het niet nakomen van de inlichtingenplicht. Soms speelt er meer dan een reden tegelijk. Het is belangrijk om precies te weten waarom jouw aanvraag is afgewezen, want dat bepaalt hoe je je bezwaar moet opbouwen.
Bij de vermogenstoets kijkt de gemeente naar alles wat je bezit Art. 34 Participatiewet. Spaargeld op je rekening, de waarde van je auto, beleggingen en soms zelfs het geld op een rekening waar jij toegang toe hebt, ook al is die niet van jou. De grens ligt in 2024 op 7.575 euro voor alleenstaanden en 15.150 euro voor partners of alleenstaande ouders. Als je vermogen boven die grens ligt op het moment van je aanvraag, wordt die afgewezen.
De kostendelersnorm raakt veel mensen onverwacht Art. 22a Participatiewet. Als je samenwoont met andere volwassenen, gaat de gemeente ervan uit dat je de woonlasten deelt. Hoe meer volwassenen er op jouw adres staan ingeschreven, hoe lager je uitkering wordt. Dit geldt ook als je volwassen kind weer thuis komt wonen of als je een vriend tijdelijk opvangt. Huisgenoten onder de 27 jaar tellen niet mee, maar alle anderen wel.
De derde veelvoorkomende reden is de inlichtingenplicht Art. 17 Participatiewet. Je bent verplicht om de gemeente alle informatie te geven die van belang kan zijn voor je uitkering. Denk aan bankafschriften, huurcontracten, loonstrookjes of verklaringen over je woonsituatie. Als de gemeente vindt dat je iets niet of te laat hebt doorgegeven, kan dat een reden zijn om je aanvraag af te wijzen.
Hoe maak je bezwaar tegen de afwijzing?
Je hebt zes weken de tijd om bezwaar te maken, gerekend vanaf de datum op de afwijzingsbrief Art. 6:7 Awb. Die termijn is strikt. Als je te laat bent, neemt de gemeente je bezwaar niet meer in behandeling en staat de afwijzing vast. Wacht dus niet af.
De eerste stap is simpel: stuur een brief naar de gemeente waarin je aangeeft dat je het niet eens bent met het besluit. Vermeld je naam, adres, de datum van het besluit en het kenmerk dat op de brief staat. Leg in je eigen woorden uit waarom je denkt dat de afwijzing niet klopt. Onderteken de brief en bewaar een kopie.
Vraag daarnaast je volledige dossier op bij de gemeente. Je hebt recht op inzage in alle stukken die de gemeente heeft gebruikt om tot haar besluit te komen. Zo weet je precies op welke informatie de afwijzing is gebaseerd en kun je gericht reageren.
Als je door de afwijzing direct geen geld meer hebt voor je vaste lasten, vraag dan schriftelijk om een voorschot. De gemeente is verplicht om dit te verstrekken als de behandeling van je bezwaar te lang duurt. Dit voorkomt dat je in de schulden raakt terwijl je wacht op een uitspraak.
Het Juridisch Loket kan je gratis helpen bij het opstellen van je bezwaarschrift. Bij een laag inkomen kom je mogelijk in aanmerking voor een toegevoegd advocaat via de Raad voor Rechtsbijstand. Zeker bij zaken over vermogen of de kostendelersnorm is juridische hulp aan te raden.
Vermogen en spaargeld: wanneer is het te veel?
De vermogensgrens is een harde grens. Als je op het moment van je aanvraag meer bezit dan het toegestane bedrag, wordt je aanvraag afgewezen. Maar wat precies meetelt als vermogen, is niet altijd duidelijk.
De gemeente kijkt naar je banksaldi, maar ook naar de waarde van bezittingen zoals een auto, een caravan of sieraden. Schulden mogen in principe worden afgetrokken van je vermogen, maar je moet die schulden wel kunnen bewijzen. Een mondelinge afspraak met een familielid is in de ogen van de gemeente meestal niet genoeg. De rechter verwacht een schriftelijke overeenkomst met duidelijke aflossingsafspraken Rb. Gelderland 2018.
Een punt waar veel mensen tegenaan lopen: bankrekeningen waar je toegang toe hebt maar die niet van jou zijn. Als je gemachtigd bent op de rekening van een familielid, kan de gemeente het saldo op die rekening meetellen bij jouw vermogen. De gedachte is dat je er feitelijk over kunt beschikken. In de rechtspraak zien we dat de rechter hier streng in is en van jou verwacht dat je aantoont dat je niet over het geld kon beschikken.
Heb je kort voor je aanvraag een groot bedrag ontvangen, bijvoorbeeld uit een erfenis of de verkoop van een woning? Dan kan het zijn dat je vermogen op het moment van de aanvraag boven de grens lag, ook al is dat geld inmiddels weer op. De peildatum is de datum waarop je je aanvraag indient. Alles wat je op dat moment bezit, telt mee.
De kostendelersnorm: minder bijstand door huisgenoten
De kostendelersnorm is een van de meest omstreden onderdelen van de Participatiewet. Het idee is dat je minder geld nodig hebt als je met anderen samenwoont, omdat je de kosten voor huur, gas en elektriciteit kunt delen. Maar de wet houdt geen rekening met de vraag of je die kosten daadwerkelijk deelt.
Bij twee volwassenen in huis ontvang je elk 50% van de gehuwdennorm in plaats van 70% voor een alleenstaande. Bij drie volwassenen daalt het naar 43%. Bij vier naar 40%. Het maakt niet uit of die huisgenoten ook daadwerkelijk bijdragen aan de kosten. Een volwassen kind dat thuis woont zonder inkomen telt evengoed mee.
De rechter heeft in meerdere zaken geoordeeld dat de gemeente de woonsituatie zorgvuldig moet onderzoeken voordat zij de kostendelersnorm toepast. In een zaak uit 2023 had de gemeente de uitkering van een man verlaagd omdat hij in hetzelfde huis woonde als anderen, maar de rechter oordeelde dat de gemeente niet goed had onderzocht of de man werkelijk een gedeeld huishouden voerde Rb. Zeeland-West-Brabant 2023. De man kreeg gelijk en behield zijn volledige uitkering.
In een andere zaak paste de gemeente de kostendelersnorm toe op basis van een verklaring die de burger niet had ondertekend en die niet correct aan haar was voorgelezen. De rechter oordeelde dat de gemeente de burger niet aan die verklaring mocht houden en vernietigde het besluit Rb. Gelderland 2018.
Hoe vaak krijgt de burger gelijk?
Cijfers uit de Rechtswijs-database
Die cijfers laten een duidelijk patroon zien. Bij een eerste afwijzing van je aanvraag is het lastig om gelijk te krijgen bij de rechter, omdat de bewijslast grotendeels bij jou ligt. Maar zodra de gemeente een lopende uitkering herziet of intrekt, wint de burger in 60% van de gevallen. De gemeente maakt regelmatig fouten in haar onderzoek en motivering, en de rechter fluit haar dan terug.
Een vrouw met een bijstandsuitkering kreeg plotseling een terugvordering van bijna 6.000 euro. De gemeente vond dat ze een huisgenoot had en te veel uitkering had ontvangen. De vrouw was het hier niet mee eens en vocht het aan bij de rechter. Tijdens de procedure gaf de gemeente toe dat ze een fout had gemaakt. De hele schuld werd geschrapt en de vrouw kreeg haar eerder ingehouden geld terug.
In een andere zaak wees de gemeente een bijstandsaanvraag af na een kort en onvolledig onderzoek. De rechter oordeelde dat de gemeente haar werk niet goed had gedaan. Het onderzoek was te vroeg afgebroken en er waren onvoldoende vragen gesteld aan de aanvrager. Het besluit werd vernietigd en de gemeente moest opnieuw beginnen Rb. Gelderland 2018.
Wat kun je nu doen?
Als je bijstandsaanvraag is afgewezen, zijn dit de stappen die je kunt zetten.
De allerbelangrijkste stap is op tijd bezwaar maken. Check de datum op je afwijzingsbrief en reken zes weken vooruit Art. 6:7 Awb. Stuur een kort briefje naar de gemeente om alvast je bezwaar vast te leggen. Je kunt de uitgebreide argumenten later aanvullen, maar de termijn moet je halen.
Verzamel vervolgens alle bewijsstukken die je positie onderbouwen. Bankafschriften van de afgelopen drie maanden, bewijzen van schulden of leningen, huurcontracten, en verklaringen over je woonsituatie. Hoe meer je kunt aantonen, hoe sterker je bezwaar. Bewaar kopieën van alles wat je naar de gemeente stuurt.
Vraag je dossier op bij de gemeente. Je hebt recht op alle stukken die de gemeente heeft gebruikt bij haar besluit. Zo weet je precies waar de afwijzing op is gebaseerd en kun je gericht weerleggen wat niet klopt.
Neem contact op met het Juridisch Loket voor gratis juridisch advies. Zij kunnen je helpen bij het opstellen van je bezwaarschrift en beoordelen of je kans maakt. Als je inkomen laag genoeg is, kunnen zij je doorverwijzen naar een toegevoegd advocaat die je tegen een kleine eigen bijdrage bijstaat.
- Je hebt zes weken de tijd om bezwaar te maken, gerekend vanaf de datum op de afwijzingsbrief
- Vraag altijd je dossier op bij de gemeente zodat je weet waarop de afwijzing is gebaseerd
- Verzamel bankafschriften, huurcontracten en bewijzen van schulden om je bezwaar te onderbouwen
- Bij herziening of intrekking van een lopende uitkering krijgt de burger in 60% van de zaken gelijk
- De gemeente maakt regelmatig fouten in haar onderzoek en de rechter corrigeert die
- Het Juridisch Loket helpt je gratis bij het opstellen van je bezwaarschrift
Veelgestelde vragen
Hoeveel spaargeld mag ik hebben voor een bijstandsuitkering?
In 2024 mag een alleenstaande maximaal € 7.575 aan vermogen hebben. Voor partners of een alleenstaande ouder is dit bedrag € 15.150. Alles boven die grens moet je eerst opmaken voordat je recht hebt op bijstand.
Binnen welke termijn moet ik bezwaar maken tegen de afwijzing?
Je moet binnen zes weken na de datum op de afwijzingsbrief bezwaar maken. Als je te laat bent, neemt de gemeente je bezwaar meestal niet meer in behandeling en staat de beslissing vast.
Wat is de kostendelersnorm?
De kostendelersnorm betekent dat je uitkering lager wordt als je met andere volwassenen in hetzelfde huis woont. De overheid gaat ervan uit dat je de woonlasten kunt delen. Huisgenoten onder de 27 jaar tellen niet mee.
Telt mijn auto mee als vermogen voor de bijstand?
Ja, de waarde van je auto telt mee als vermogen. Veel gemeenten hanteren een vrijstelling tot ongeveer € 3.500, maar dit verschilt per gemeente. Vraag dit na bij je eigen gemeente.
Kan ik een voorschot krijgen als mijn bijstandsaanvraag lang duurt?
Ja, als de gemeente niet binnen vier weken beslist op je aanvraag, kun je om een voorschot vragen. De gemeente moet dan binnen vier weken na je verzoek een voorschot verstrekken.
Wat moet er in mijn bezwaarschrift staan?
Je naam, adres, de datum, het kenmerk van het besluit en een duidelijke uitleg waarom je het niet eens bent met de afwijzing. Onderteken de brief en stuur een kopie van het besluit mee.
Heb ik een advocaat nodig om bezwaar te maken?
Dat is niet verplicht, maar bij ingewikkelde zaken over vermogen of de kostendelersnorm is het verstandig. Het Juridisch Loket kan je gratis helpen. Bij een laag inkomen kom je mogelijk in aanmerking voor een toegevoegd advocaat.
Mag de gemeente mijn bankafschriften opvragen?
Ja, de gemeente mag bankafschriften van de afgelopen drie maanden opvragen. Ze controleren je saldo en kijken naar bijschrijvingen die kunnen wijzen op extra inkomsten of vermogen dat je niet hebt opgegeven.
Wil je weten wat dit voor jouw situatie betekent?
Stel je vraag aan Rechtswijs en krijg een onderbouwd antwoord op basis van jouw specifieke situatie, met bronverwijzingen.
Stel je vraag gratis