Art. 3 PW

Je kunt voor de bijstand als gehuwd worden gezien, ook als je niet getrouwd bent, wanneer je een gezamenlijke huishouding voert.

Wat dit voor jou betekent

De wet behandelt een geregistreerd partnerschap hetzelfde als een huwelijk. Dat betekent dat je voor de bijstand als gehuwd geldt. Maar ook zonder huwelijk kun je als gehuwd worden gezien. Dat gebeurt als je een gezamenlijke huishouding voert met iemand anders.

Een gezamenlijke huishouding heb je als twee mensen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en voor elkaar zorgen. Dat zorgen kan door te betalen aan de huishouding of op een andere manier. In sommige situaties is het altijd zeker dat je een gezamenlijke huishouding hebt. Bijvoorbeeld als je in de twee jaar voordat je bijstand aanvraagt met elkaar getrouwd was, of als jullie een kind hebben samen.

Er zijn uitzonderingen. Je wordt niet als gehuwd gezien als je samenwoont met een ouder, kind of pleegkind. Ook niet als de zorgbehoefte van jou of de ander de reden is om samen te wonen. Die uitzondering geldt zolang de zorg duurt. Een woonwagen of woonschip is ook een woning. En als je getrouwd bent maar duurzaam gescheiden leeft, word je als ongehuwd gezien.

Wanneer kom je dit tegen?

  • Je woont samen met je partner en je vraagt een bijstandsuitkering aan. Je zorgt voor iemand met een zorgbehoefte en woont daarom bij hem of haar. Je hebt binnen de afgelopen twee jaar een relatie gehad die eindigde, maar je woont nog tijdelijk samen. Je woont in een woonwagen of woonschip en de gemeente beoordeelt je woonsituatie. Je vertelt de gemeente niet dat je partner ook in jouw woning slaapt.

Waar mensen op vastlopen

Veel mensen denken dat de wet alleen naar een liefdesrelatie kijkt. Maar dat is niet zo. Voor de bijstand gaat het om feiten, zoals samen wonen en samen betalen. Ook zonder relatie kun je als gehuwd worden aangemerkt. De uitzondering voor zorg wordt vaak verkeerd begrepen. Je moet kunnen laten zien dat de zorg echt de reden is om samen te wonen, anders telt de uitzondering niet.

Deze uitleg is door Rechtswijs geschreven op basis van de wettekst en de uitspraken hieronder, en gecontroleerd op verwijzingen naar wetsartikelen die er niet zijn. Hij vervangt geen advies over jouw eigen situatie.

De rechter heeft dit artikel in 2.073 gepubliceerde uitspraken toegepast, de meest recente op 21-7-2026.

Wat er in de wet staat

1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt gelijkgesteld met: a. echtgenoot: geregistreerde partner; b. echtgenoten: geregistreerde partners; c. huwelijk: geregistreerd partnerschap; d. gehuwd: als partner geregistreerd; e. gehuwde: als partner geregistreerde; f. gehuwden: als partners geregistreerden; g. echtscheiding: beëindiging van een geregistreerd partnerschap anders dan door de dood of vermissing.

2

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt: a. als gehuwd of als echtgenoot mede aangemerkt de ongehuwde die met een ander een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een aanverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de eerste graad of indien er sprake is van een zorgbehoefte van of verleend door een bijstandsgerechtigde die de aanleiding vormt om samen te wonen, ongeacht of er sprake is van bloedverwantschap, gedurende de periode dat die zorg wordt verleend; b. als ongehuwd mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is.

3

Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins.

4

Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de belanghebbenden hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en: a. zij in de periode van twee jaar voorafgaande aan de aanvraag van bijstand met elkaar gehuwd zijn geweest of voor de verlening van bijstand als gehuwden zijn aangemerkt; b. uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de een door de ander; c. zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract; of d. zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding, bedoeld in het derde lid.

5

Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld welke registraties, en gedurende welk tijdvak, in aanmerking worden genomen voor de toepassing van het vierde lid, onderdeel d.

6

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder een woning mede verstaan een woonwagen of een woonschip.

7

Onder bloedverwant in de eerste graad als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, wordt mede verstaan een meerderjarig voormalig pleegkind van de ongehuwde.

8

Onder voormalig pleegkind wordt verstaan een pleegkind voor wie de ongehuwde een pleegvergoeding ontving of ontvangt op grond van de Wet op de jeugdzorg of de Jeugdwet , of kinderbijslag ontving op grond van de Algemene Kinderbijslagwet .

Bron: wetten.overheid.nl. Dit is de geldende tekst zoals wij hem hebben opgehaald. Controleer bij twijfel altijd de officiële versie.

Hoe deze zaken eindigden

  • toegewezen 716 · 35%
  • ongegrond 666 · 32%
  • gegrond 432 · 21%
  • afgewezen 251 · 12%
  • gedeeltelijk gegrond 4 · 0%
  • bevestigd 2 · 0%

Let op wat deze woorden betekenen. "Toegewezen" zegt dat de rechter het verzoek toewees, niet wie er gelijk kreeg. Vroeg de werkgever om ontbinding, dan betekent toegewezen dat de werknemer zijn baan kwijt is. Vroeg de werknemer om vernietiging van zijn ontslag, dan betekent hetzelfde woord het tegenovergestelde. Deze cijfers zeggen dus iets over de procedure, niet over jouw kansen. Daarnaast zijn 8 tussenuitspraken buiten deze telling gehouden. Daarin heeft de rechter de zaak aangehouden en dus nog niets beslist.

De meest recente uitspraken

Centrale Raad van Beroep 21-7-2026 toegewezen

De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de appellante moet meebetalen voor de bijstand die aan haar partner werd verleend, omdat zij in de betrokken periode haar hoofdverblijf in dezelfde woning had, wat een gezamenlijke huishouding oplevert. Het college had voldoende bewijs voor dit feit en de medeterugvordering is wettelijk toegestaan.

ECLI:NL:CRVB:2026:953
Rechtbank Overijssel 9-7-2026

De burger krijgt (deels) gelijk omdat het bestreden besluit onvoldoende motiverend was en geen adequaat balanslegging van belangen heeft gemaakt. De gemeente moet de gebreken herstellen, waaronder een nieuwe beoordeling van het recht op bijstand en een herziening van de terugvordering.

ECLI:NL:RBOVE:2026:3980
Rechtbank Overijssel 9-7-2026

De burger krijgt (deels) gelijk omdat het bestreden besluit onvoldoende motiverend is, vooral voor de periode november 2022 tot november 2023. De gemeente moet nader beoordelen of er nog recht op bijstand bestond en hoeveel moet worden teruggevorderd. De tussenuitspraak geeft de gemeente een termijn om het gebrek te herstellen.

ECLI:NL:RBOVE:2026:3981
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 7-7-2026 ongegrond

De verzoekster verloor haar bijstandsuitkering omdat zij een gezamenlijke huishouding voerde met de vader van haar kinderen zonder dit te melden. Hoewel ze had erkend dat hij elke nacht bij haar woont, was de inlichtingenplicht geschonden. De waarnemingen van de instantie werden als toegestaan beoordeeld, omdat ze niet stelselmatig waren en geen technische hulpmiddelen gebruikten. Het bestreden besluit wordt verwacht te standhouden in bezwaar.

ECLI:NL:RBZWB:2026:6068
Hoge Raad 3-7-2026 afgewezen

Een beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep is niet ontvankelijk omdat de klachten geen schending betreffen van de specifiek aangewezen artikelen in de Participatiewet. De Hoge Raad verwerpt het beroep.

ECLI:NL:HR:2026:1139
Rechtbank Gelderland 2-7-2026 gegrond

Een mantelzorger die samenwoont met een ex-vriendin met een zorgbehoefte, wint zijn beroep tegen de gemeente omdat hij voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de zorgbehoefte de basis vormt voor de gezamenlijke huishouding. Het college moet nader onderzoek doen als het de zorgbehoefte betwist. Het besluit wordt vernietigd en de gemeente moet een nieuw besluit nemen.

ECLI:NL:RBGEL:2026:5231
Rechtbank Midden-Nederland 16-6-2026 ongegrond

De rechtbank oordeelde dat de eiseres de inlichtingenplicht heeft geschonden door niet te melden dat haar partner hoofdverblijf had in haar woning. Het beroep is daarom ongegrond, waardoor de intrekking van de bijstanduitkering gehandhaafd blijft.

ECLI:NL:RBMNE:2026:4046
Rechtbank Oost-Brabant 22-5-2026 ongegrond

De rechtbank weigert herziening van een 10%-verlaging van de bijstandsuitkering voor een burger die woont in een stacaravan, omdat de wettelijke grondslag (artikel 18, eerste lid Pw) correct is toegepast en de oorspronkelijke besluiten niet onmiskenbaar onjuist zijn. De verlaging blijft ongewijzigd.

ECLI:NL:RBOBR:2026:3500
Rechtbank Overijssel 21-5-2026 ongegrond

De rechtbank oordeelt dat een persoonlijke betalingsregeling voor terugvordering van toeslagen terecht is vastgesteld op basis van de betalingscapaciteit, zonder onderbouwing van een veranderd inkomen. Het beroep is ongegrond en de regeling blijft in stand.

ECLI:NL:RBOVE:2026:2686
Rechtbank Noord-Holland 19-5-2026 ongegrond

De rechtbank wees het beroep van een ouder af omdat haar zoon, ondanks zijn Wajong-uitkering en de nieuwe Participatiewet in balans, onder de kostendelersnorm valt. Samenwonen was niet tijdelijk of door zorgbehoefte veroorzaakt, dus geen uitzondering op de norm. Maatwerk werd niet gevolgd.

ECLI:NL:RBNHO:2026:5964
Rechtbank Noord-Holland 19-5-2026 ongegrond

De rechtbank wees het beroep van een ouder af omdat haar zoon, ondanks zijn Wajong-uitkering en de nieuwe Participatiewet in balans, onder de kostendelersnorm valt. Samenwonen was niet tijdelijk of door zorgbehoefte veroorzaakt, dus geen uitzondering op de norm. Maatwerk werd niet gevolgd.

ECLI:NL:RBNHO:2026:5964
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 18-5-2026 ongegrond

Een aanvraag voor bijstandsuitkering naar de norm van een alleenstaande werd afgewezen omdat er sprake was van een gezamenlijke huishouding door financiële verstrengeling tussen twee bewoners van dezelfde woning. Het beroep tegen deze afwijzing is ongegrond verklaard.

ECLI:NL:RBZWB:2026:4253

Artikelen die hier in de praktijk bij horen

Deze artikelen worden opvallend vaak in dezelfde uitspraken aangehaald. Dat is het soort verband dat een jurist in zijn hoofd heeft en dat je nergens opgeschreven vindt.

Art. 54 PW

samen in 535 uitspraken

Art. 58 PW

samen in 415 uitspraken

Art. 17 PW

samen in 378 uitspraken

Art. 59 PW

samen in 361 uitspraken

Art. 7:12 Awb

samen in 202 uitspraken

Art. 4:84 Awb

samen in 150 uitspraken

Art. 8:72 Awb

samen in 145 uitspraken

Art. 18 PW

samen in 102 uitspraken

Jouw situatie

Wat betekent dit artikel in jouw geval?

Een wetsartikel zegt pas iets als je het naast je eigen papieren legt. Stel je vraag aan Rechtswijs, dan zoeken we de bepalingen en uitspraken erbij die bij jouw situatie horen, en laten we zien waar het antwoord vandaan komt.

Gratis je vraag stellen

Deze pagina is samengesteld uit openbare bronnen: de wettekst van wetten.overheid.nl en gepubliceerde uitspraken van rechtspraak.nl. De samenvattingen per uitspraak zijn door Rechtswijs gemaakt en kunnen nuance missen; de uitspraak zelf is altijd leidend. Dit is geen juridisch advies.