Art. 18 PW

De gemeente kan jouw bijstand verlagen als je je niet aan de regels houdt, bijvoorbeeld als je werk weigert, maar ze moet altijd rekening houden met jouw persoonlijke situatie.

Wat dit voor jou betekent

De gemeente moet de bijstand en de verplichtingen die daarbij horen afstemmen op jouw omstandigheden, mogelijkheden en middelen. Dit betekent dat niet voor iedereen dezelfde regels gelden. De gemeente kijkt naar wat jij kunt en wat er in jouw situatie nodig is.

Als je een verplichting niet nakomt, kan de gemeente je bijstand verlagen. Dat geldt bijvoorbeeld voor het weigeren van algemeen geaccepteerde arbeid, niet ingeschreven zijn bij een uitzendbureau, niet meewerken aan een onderzoek naar je mogelijkheden, of niet reizen of verhuizen voor werk. De verlaging is 100% van de bijstand voor een periode van minimaal een maand en maximaal drie maanden. De gemeente stelt de exacte duur vast in een verordening.

Als je binnen twaalf maanden weer dezelfde verplichting niet nakomt, wordt de periode langer. Iedere keer dat het opnieuw gebeurt, kan de periode oplopen tot drie maanden. De gemeente heroverweegt de maatregel na een bepaalde termijn, maar die is maximaal drie maanden. Je kunt ook vragen om de verlaging te herzien, als duidelijk blijkt dat je de verplichtingen weer nakomt.

Er is geen verlaging als elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. Ook kan de gemeente de maatregel aanpassen als er bijzondere omstandigheden zijn die dringende redenen geven. De gemeente mag dus niet automatisch altijd dezelfde straf opleggen. Bij dit artikel hoort ook dat het gezin meetelt: als je een gezin hebt, wordt 'belanghebbende' ook als gezin gelezen.

Wanneer kom je dit tegen?

  • • Je hebt een bijstandsuitkering en je weigert een aangeboden baan, ook al is die voor het minimumloon. Je wilt niet verhuizen voor een baan, terwijl je een arbeidscontract van minstens een jaar kunt krijgen. Je wilt niet reizen voor werk of niet meewerken aan een onderzoek naar je kansen op werk. Je staat niet ingeschreven bij een uitzendbureau terwijl de gemeente dit heeft opgedragen. Je gebruikt geen hulp die de gemeente aanbiedt, zoals sociale activering.

Waar mensen op vastlopen

Veel mensen denken dat de gemeente eerst een waarschuwing geeft of dat een geldige reden genoeg is om geen verlaging te krijgen. Maar bij de verplichtingen in dit artikel geldt: de gemeente moet de uitkering met 100% verlagen als je de verplichting niet nakomt. Alleen als elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt, is er geen verlaging. En bij dringende redenen kan de gemeente een lagere maatregel kiezen. Je moet dus zelf goed kunnen uitleggen waarom jij geen schuld hebt of waarom jouw situatie bijzonder is.

Deze uitleg is door Rechtswijs geschreven op basis van de wettekst en de uitspraken hieronder, en gecontroleerd op verwijzingen naar wetsartikelen die er niet zijn. Hij vervangt geen advies over jouw eigen situatie.

De rechter heeft dit artikel in 1.582 gepubliceerde uitspraken toegepast, de meest recente op 14-7-2026.

Wat er in de wet staat

1

Het college stemt de bijstand en de daaraan verbonden verplichtingen af op de omstandigheden, mogelijkheden en middelen van de belanghebbende.

2

Het college verlaagt de bijstand overeenkomstig de verordening, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a , ter zake van het niet nakomen door de belanghebbende van de verplichtingen voortvloeiende uit deze wet, met uitzondering van artikel 17, eerste lid, dan wel indien de belanghebbende naar het oordeel van het college tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan.

3

Het college heroverweegt een besluit als bedoeld in het tweede lid binnen een door hem te bepalen termijn die ten hoogste drie maanden bedraagt.

4

Het college verlaagt in ieder geval de bijstand overeenkomstig het vijfde, zesde, zevende of achtste lid ter zake van het niet nakomen door de belanghebbende van de volgende verplichtingen: a. het aanvaarden of het behouden van algemeen geaccepteerde arbeid; b. het uitvoering geven aan de door het college opgelegde verplichting om ingeschreven te staan bij een uitzendbureau; c. het naar vermogen verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid in een andere dan de gemeente van inwoning, alvorens naar die andere gemeente te verhuizen; d. bereid zijn om te reizen over een afstand met een totale reisduur van 3 uur per dag, indien dat noodzakelijk is voor het naar vermogen verkrijgen, het aanvaarden of het behouden van algemeen geaccepteerde arbeid; e. bereid zijn om te verhuizen, indien het college is gebleken dat er geen andere mogelijkheid is voor het naar vermogen verkrijgen, het aanvaarden of het behouden van algemeen geaccepteerde arbeid, en de belanghebbende een arbeidsovereenkomst met een duur van tenminste een jaar en een netto beloning die ten minste gelijk is aan de voor de belanghebbende geldende bijstandsnorm, kan aangaan; f. het verkrijgen en behouden van kennis en vaardigheden, noodzakelijk voor het naar vermogen verkrijgen, het aanvaarden of het behouden van algemeen geaccepteerde arbeid; g. het naar vermogen verkrijgen, het aanvaarden of het behouden van algemeen geaccepteerde arbeid niet belemmeren door kleding, gebrek aan persoonlijke verzorging of gedrag; h. het gebruik maken van door het college aangeboden voorzieningen, waaronder begrepen sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling en mee te werken aan onderzoek naar zijn of haar mogelijkheden tot arbeidsinschakeling.

5

Indien de belanghebbende een verplichting als bedoeld in het vierde lid niet nakomt, verlaagt het college de bijstand met 100% voor een bij de verordening, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, vastgestelde periode van ten minste een maand en ten hoogste drie maanden. De verordening, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a , kan tevens bepalen dat het bedrag van de verlaging wordt verrekend over de maand van oplegging van de maatregel en ten hoogste de twee volgende maanden, waarbij over de eerste maand ten minste 1/3 van het bedrag van de verlaging wordt verrekend.

6

Indien de belanghebbende een verplichting als bedoeld in het vierde lid niet nakomt binnen twaalf maanden nadat het vijfde lid toepassing heeft gevonden, verlaagt het college, in afwijking van het vijfde lid, de bijstand met 100% voor een bij de verordening, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a , vastgestelde periode die in ieder geval langer is dan de op grond van het vijfde lid vastgestelde periode van verlaging en ten hoogste drie maanden.

7

Indien de belanghebbende een verplichting als bedoeld in het vierde lid niet nakomt binnen twaalf maanden nadat het zesde lid toepassing heeft gevonden, verlaagt het college, in afwijking van het vijfde en zesde lid, de bijstand met 100% voor een periode van drie maanden.

8

Indien de belanghebbende een verplichting als bedoeld in het vierde lid niet nakomt binnen twaalf maanden nadat het zevende lid toepassing heeft gevonden, verlaagt het college, in afwijking van het vijfde, zesde en zevende lid, telkens de bijstand met 100% voor een periode van drie maanden. 8* Het college neemt bijdragen die leiden tot een kostenbesparing niet in aanmerking, voor zover de som van deze bijdragen en giften het bedrag, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel m , niet overstijgt. In afwijking van de vorige zin, neemt het college bijdragen van voedselbanken geheel niet in aanmerking.

9

Het college ziet af van het opleggen van een maatregel, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.

10

Het college stemt een op te leggen maatregel of een opgelegde maatregel af op de omstandigheden van de belanghebbende en diens mogelijkheden om middelen te verwerven, indien naar zijn oordeel, gelet op bijzondere omstandigheden, dringende redenen daartoe noodzaken.

11

Indien het college de bijstand overeenkomstig het vijfde, zesde, zevende of achtste lid heeft verlaagd, kan het college op verzoek van de belanghebbende ten aanzien van wie de maatregel is opgelegd, de verlaging herzien zodra uit de houding en gedragingen van de belanghebbende ondubbelzinnig is gebleken dat hij de verplichtingen, bedoeld in het vierde lid, nakomt.

12

Bij de toepassing van dit artikel wordt onder belanghebbende mede verstaan het gezin.

Bron: wetten.overheid.nl. Dit is de geldende tekst zoals wij hem hebben opgehaald. Controleer bij twijfel altijd de officiële versie.

Hoe deze zaken eindigden

  • ongegrond 540 · 34%
  • toegewezen 540 · 34%
  • gegrond 403 · 25%
  • afgewezen 94 · 6%
  • niet-ontvankelijk 3 · 0%
  • bevestigd 1 · 0%

Let op wat deze woorden betekenen. "Toegewezen" zegt dat de rechter het verzoek toewees, niet wie er gelijk kreeg. Vroeg de werkgever om ontbinding, dan betekent toegewezen dat de werknemer zijn baan kwijt is. Vroeg de werknemer om vernietiging van zijn ontslag, dan betekent hetzelfde woord het tegenovergestelde. Deze cijfers zeggen dus iets over de procedure, niet over jouw kansen. Daarnaast zijn 6 tussenuitspraken buiten deze telling gehouden. Daarin heeft de rechter de zaak aangehouden en dus nog niets beslist.

De meest recente uitspraken

Centrale Raad van Beroep 14-7-2026 afgewezen

Een burger die bijstand ontvangt, moet alle feiten melden die invloed kunnen hebben op haar recht op bijstand. Door niet te melden dat haar ex-partner jarenlang boodschappen betaalde, heeft zij de inlichtingenverplichting geschonden. De gemeente herziet de bijstand en vordert terug. Het hoger beroep wordt afgewezen omdat de argumentatie een herhaling is en geen nieuwe motivering biedt.

ECLI:NL:CRVB:2026:917
Centrale Raad van Beroep 14-7-2026 toegewezen

Een burger die een baan aanvaardt of weigert, kan worden bestraft met een 100% verlaging van de bijstand als hij of zij algemeen geaccepteerde arbeid weigert. De uitspraak bevestigt dat zelfs een baan tegen het minimumloon voldoet aan de eis van algemeen geaccepteerde arbeid, ongeacht loon of reistijd. Verwijtbaarheid en bijzondere omstandigheden moeten sterk onderbouwd zijn om afstemming mogelijk te maken.

ECLI:NL:CRVB:2026:956
Centrale Raad van Beroep 14-7-2026 toegewezen

Een burger die een baan aanvaardt of weigert, kan worden bestraft met een 100% verlaging van de bijstand als hij of zij algemeen geaccepteerde arbeid weigert. De uitspraak bevestigt dat zelfs een baan tegen het minimumloon voldoet aan de eis van algemeen geaccepteerde arbeid, ongeacht loon of reistijd. Verwijtbaarheid en bijzondere omstandigheden moeten sterk onderbouwd zijn om afstemming mogelijk te maken.

ECLI:NL:CRVB:2026:956
Centrale Raad van Beroep 14-7-2026 afgewezen

Een burger die bijstand ontvangt en een aanvraag doet voor individuele inkomenstoeslag wordt afgewezen omdat het college vaststelt dat er uitzicht is op inkomensverbetering, ondanks het weigeren van een baan met laag loon. De rechtspraak bevestigt dat het college terecht handelde door het bestaan van arbeidsmarktperspectief en gebrek aan arbeidsbelemmeringen te erkennen.

ECLI:NL:CRVB:2026:957
Rechtbank Gelderland 5-6-2026 ongegrond

De rechtbank bevestigt dat bijstand pas ingaat wanneer het vermogen onder de grens ligt en dat het opzetten van een lagere balans om eerder bijstand te krijgen leidt tot een 100%-maatregel. Ook bij autisme is dit geen uitzondering als bewust gekozen is.

ECLI:NL:RBGEL:2026:4447
Centrale Raad van Beroep 26-5-2026 toegewezen

De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de herziening van de bijstand op basis van de kostendelersnorm rechtmatig is, ook al draagt de medebewoner geen bijdrage. Er was geen sprake van een zeer bijzondere situatie, en het college hoefde niet vooruit te lopen op een wetswijziging.

ECLI:NL:CRVB:2026:685
Rechtbank Oost-Brabant 22-5-2026 ongegrond

De rechtbank weigert herziening van een 10%-verlaging van de bijstandsuitkering voor een burger die woont in een stacaravan, omdat de wettelijke grondslag (artikel 18, eerste lid Pw) correct is toegepast en de oorspronkelijke besluiten niet onmiskenbaar onjuist zijn. De verlaging blijft ongewijzigd.

ECLI:NL:RBOBR:2026:3500
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 6-5-2026 ongegrond

Een burger die bijstand ontvangt, weigerde schoonmaakwerk dat als algemeen geaccepteerde arbeid geldt. Zonder geldige reden was de weigering onrechtmatig. Hoewel Orionis tekort schrok in het opstellen van een adequaat plan van aanpak, blijft de maatregel van 30% behouden. Het beroep is ongegrond.

ECLI:NL:RBZWB:2026:4016
Rechtbank Rotterdam 4-5-2026 ongegrond

De eiseres kreeg geen gelijk omdat Stroomopwaarts terecht geen aanleiding zag voor afstemming van haar bijstandsuitkering onder artikel 18, eerste lid, van de Participatiewet. Wel werd schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.

ECLI:NL:RBROT:2026:6415
Centrale Raad van Beroep 28-4-2026 ongegrond

Een burger die zijn woning onderhands verkocht om dakloosheid te voorkomen, werd onterecht bestraft met een verlaging van bijstand en toeslag wegens tekortschietend besef. De Centrale Raad van Beroep vernietigt deze maatregelen en toekent schadevergoeding van € 1.000,- wegens overschrijding van de redelijke termijn. Voor de ontheffing van arbeidsverplichtingen is geen procesbelang meer vanwege een onvoorwaardelijke toezegging van de sociale dienst.

ECLI:NL:CRVB:2026:597
Rechtbank Rotterdam 24-4-2026 ongegrond

De rechtbank bevestigt dat de bijstandsuitkering vanaf 12 maart 2025 moet worden toegekend, omdat dit het moment is waarop de gezamenlijke huishouding met de ex-partner ophield. De eiser kreeg geen gelijk omdat hij geen bijzondere omstandigheden kon aantonen die afwijking van het rechtsvermoeden rechtvaardigen.

ECLI:NL:RBROT:2026:4800
Rechtbank Rotterdam 24-4-2026 ongegrond

Een eiser werd afgewezen bij de aanvraag voor bijstand uit naam van een gezamenlijke huishouding met zijn ex-partner, ondanks beweringen van feitelijke afstand. Het rechtbank oordeelde dat het onweerlegbare rechtsvermoeden van de Pw geldt, waardoor geen nader onderzoek nodig was en de eiser geen bijstand kreeg.

ECLI:NL:RBROT:2026:4799

Artikelen die hier in de praktijk bij horen

Deze artikelen worden opvallend vaak in dezelfde uitspraken aangehaald. Dat is het soort verband dat een jurist in zijn hoofd heeft en dat je nergens opgeschreven vindt.

Art. 9 PW

samen in 627 uitspraken

Art. 8 PW

samen in 347 uitspraken

Art. 17 PW

samen in 202 uitspraken

Art. 54 PW

samen in 178 uitspraken

Art. 8:72 Awb

samen in 169 uitspraken

Art. 7:12 Awb

samen in 121 uitspraken

Art. 58 PW

samen in 110 uitspraken

Art. 3 PW

samen in 102 uitspraken

Jouw situatie

Wat betekent dit artikel in jouw geval?

Een wetsartikel zegt pas iets als je het naast je eigen papieren legt. Stel je vraag aan Rechtswijs, dan zoeken we de bepalingen en uitspraken erbij die bij jouw situatie horen, en laten we zien waar het antwoord vandaan komt.

Gratis je vraag stellen

Deze pagina is samengesteld uit openbare bronnen: de wettekst van wetten.overheid.nl en gepubliceerde uitspraken van rechtspraak.nl. De samenvattingen per uitspraak zijn door Rechtswijs gemaakt en kunnen nuance missen; de uitspraak zelf is altijd leidend. Dit is geen juridisch advies.