Art. 66 Wet BIG

Als er een klacht is over een zorgverlener, volgt eerst een vooronderzoek, en dit artikel regelt hoe dat gaat.

Wat dit voor jou betekent

Nadat je een klacht hebt ingediend over een zorgverlener, of als je zelf de zorgverlener bent tegen wie de klacht is ingediend, krijg je te maken met een vooronderzoek. De voorzitter van de tuchtcommissie geeft iemand de opdracht om dit onderzoek te doen. Die persoon kan een lid van de commissie zijn of de secretaris. De onderzoeker mag ook kijken naar dingen die niet in de klacht staan. Zowel jij als de andere partij krijgen de kans om je verhaal te doen. De onderzoeker kan ook getuigen en deskundigen horen.

De onderzoeker heeft veel bevoegdheden. Hij mag samen met andere mensen elke plek betreden om onderzoek te doen, ook als jij daar woont of werkt. Als er problemen zijn, mag hij de politie om hulp vragen. Hij kan jou en andere mensen vragen om inlichtingen te geven en stukken op te sturen. Als je niet meewerkt, mag de tuchtcommissie daar conclusies aan verbinden. Dat betekent bijvoorbeeld dat ze kunnen denken dat je iets te verbergen hebt.

Tijdens de zitting kan de tuchtcommissie besluiten dat er nog meer onderzoek nodig is. De onderzoeker doet dan een aanvullend onderzoek, en daarna komt de zaak opnieuw op zitting. Er geldt een belangrijke regel: de onderzoeker die het vooronderzoek heeft gedaan, mag later niet zelf meebeslissen tijdens de zitting. Als dat toch gebeurt, is de beslissing van de tuchtcommissie ongeldig.

Wanneer kom je dit tegen?

  • Je hebt een klacht ingediend over je arts of andere zorgverlener. Je bent zelf zorgverlener en iemand heeft een klacht over jou ingediend. De onderzoeker wil je spreken of je ergens over ondervragen. Je krijgt een brief met het verzoek om documenten op te sturen. De onderzoeker wil een plek betreden waar jij werkt of woont.

Waar mensen op vastlopen

Een veelgemaakte fout is denken dat je niet hoeft mee te werken aan het vooronderzoek. Maar als je geen gehoor geeft aan een verzoek om informatie of stukken, mag de tuchtcommissie dat tegen je gebruiken. Ze mogen daaruit conclusies trekken die in jouw nadeel zijn. Het is dus verstandig om altijd te reageren op vragen van de onderzoeker.

Deze uitleg is door Rechtswijs geschreven op basis van de wettekst en de uitspraken hieronder, en gecontroleerd op verwijzingen naar wetsartikelen die er niet zijn. Hij vervangt geen advies over jouw eigen situatie.

De rechter heeft dit artikel in 205 gepubliceerde uitspraken toegepast, de meest recente op 4-5-2026.

Wat er in de wet staat

1

Na verzending van het afschrift, bedoeld in artikel 65b, eerste lid , gelast de voorzitter van het regionale tuchtcollege een vooronderzoek. De voorzitter draagt het vooronderzoek op aan een of meer leden, plaatsvervangende leden of de secretaris van het regionale tuchtcollege.

2

Het vooronderzoek kan zich mede uitstrekken tot andere dan in het klaagschrift vermelde feiten en omstandigheden. De vooronderzoeker stelt de klager en de beklaagde in de gelegenheid door hem te worden gehoord. Hij kan de betrokken inspecteur, alsmede getuigen en deskundigen horen; ten aanzien van de getuigen en deskundigen is artikel 68 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de oproeping, het verzoek tot dagvaarding en het doen afleggen van de eed of belofte geschieden door de vooronderzoeker.

3

Bij de vervulling van de hem op grond van het eerste en het tweede lid toekomende taak is de vooronderzoeker bevoegd, vergezeld van de door hem aangewezen personen, elke plaats te betreden teneinde een onderzoek te verrichten waarvan het uitvoeren ter betrokken plaatse door hem noodzakelijk wordt geoordeeld. Ingeval tijdens zodanig onderzoek de orde wordt verstoord of hem tegenstand wordt geboden, kan de vooronderzoeker de hulp van de sterke arm inroepen. De voorzitter van het regionale tuchtcollege is bevoegd een machtiging als bedoeld in artikel 2 van de Algemene wet op het binnentreden te geven.

4

De vooronderzoeker kan de klager, de beklaagde en anderen verzoeken om binnen een door hem te bepalen termijn inlichtingen te geven en onder hen berustende stukken in te zenden. Indien de klager of de beklaagde niet voldoet aan het verzoek, kan het regionale tuchtcollege daaruit de gevolgtrekkingen maken die hem geraden voorkomen.

5

Tijdens de behandeling van een zaak op de terechtzitting kan het regionale tuchtcollege de vooronderzoeker opdragen alsnog een aanvullend onderzoek in te stellen. Het tweede en derde lid zijn te dezen van overeenkomstige toepassing. Het aanvullend onderzoek wordt gesloten door de zaak wederom naar een terechtzitting te verwijzen.

6

De vooronderzoeker, die tevens lid of plaatsvervangend lid is van het regionale tuchtcollege en die een vooronderzoek in een zaak heeft verricht, neemt, op straffe van nietigheid, geen deel aan de behandeling van die zaak op de terechtzitting. 2022 15 11-01-2022 22-12-2021 35547 2022 98 01-03-2022 24-02-2022 01-04-2022

Bron: wetten.overheid.nl. Dit is de geldende tekst zoals wij hem hebben opgehaald. Controleer bij twijfel altijd de officiële versie.

Hoe deze zaken eindigden

  • ongegrond 102 · 50%
  • niet_ontvankelijk 73 · 36%
  • deels_gegrond 18 · 9%
  • gegrond 12 · 6%

Let op wat deze woorden betekenen. "Toegewezen" zegt dat de rechter het verzoek toewees, niet wie er gelijk kreeg. Vroeg de werkgever om ontbinding, dan betekent toegewezen dat de werknemer zijn baan kwijt is. Vroeg de werknemer om vernietiging van zijn ontslag, dan betekent hetzelfde woord het tegenovergestelde. Deze cijfers zeggen dus iets over de procedure, niet over jouw kansen.

De meest recente uitspraken

Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 4-5-2026 ongegrond

De klacht van burgers tegen anonieme artsen wegens ondersteuning van een vertrouwelijke brief over een euthanasie is niet-ontvankelijk omdat de namen van de artsen niet kunnen worden vastgesteld, ondanks pogingen van het tuchtcollege. Het College van procureurs-generaal weigerde informatie te verstrekken uit vertrouwelijkheidsgronden.

ECLI:NL:TGZRAMS:2026:112
Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 19-3-2024 niet_ontvankelijk

Een vrouw klaagt tegen een GZ-psycholoog over een verklaring die over haar ex-partner is opgesteld, terwijl zij zelf geen patiënt is. Het tuchtcollege oordeelt dat de vrouw niet-ontvankelijk is in haar klacht omdat ze niet aantoont rechtstreeks belanghebbende te zijn en niet reageert op verzoeken om toelichting. De klacht wordt daarom niet inhoudelijk behandeld.

ECLI:NL:TGZRZWO:2024:33
Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 6-12-2023 ongegrond

Een huisarts klaagde tegen een tuchtuitspraak waarbij haar een waarschuwing was opgelegd vanwege onzorgvuldig handelen. Na een herzieningsverzoek wegens het niet horen van een getuige, oordeelde het college dat de huisarts zelf had moeten zorgen voor het verschijnen van de getuige ter zitting. Omdat de huisarts dit niet heeft gedaan, werd de oorspronkelijke beslissing gehandhaafd en het beroep verworpen.

ECLI:NL:TGZCTG:2023:164
Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 6-12-2023 ongegrond

Een huisarts klaagde tegen een tuchtuitspraak waarbij haar een waarschuwing was opgelegd vanwege onzorgvuldig handelen. Na een herzieningsverzoek wegens het niet horen van een getuige, oordeelde het college dat de huisarts zelf had moeten zorgen voor het verschijnen van de getuige ter zitting. Omdat de huisarts dit niet heeft gedaan, werd de oorspronkelijke beslissing gehandhaafd en het beroep verworpen.

ECLI:NL:TGZCTG:2023:164
Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 30-12-2022 niet_ontvankelijk

Een patiënt klaagde bij het tuchtcollege over een psychiater omdat hij zich onheus bejegend voelde tijdens een gesprek met een derde aanwezig, terwijl hij vertrouwelijkheid eiste. Het college oordeelde dat de klacht niet-ontvankelijk is omdat de patiënt de datum van het incident niet kon specificeren, waardoor de psychiater zich niet adequaat kon verdedigen. De patiënt had de datum kunnen achterhalen via zijn medisch dossier, maar had dit nagelaten.

ECLI:NL:TGZRAMS:2022:193
Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 30-8-2022 ongegrond

Een huisarts kreeg een waarschuwing opgelegd door het tuchtcollege na een klacht van een patiënte. De huisarts diende een herzieningsverzoek in omdat een getuige niet was gehoord, wat door het Centraal Tuchtcollege werd toegewezen. Bij de nieuwe zitting verscheen de huisarts niet en had ze geen getuige meegebracht, terwijl de patiënte wel een getuige had. Het college oordeelde dat de huisarts zelf verantwoordelijk was voor het laten horen van de getuige en handhaafde de oorspronkelijke beslissing.

ECLI:NL:TGZREIN:2022:50
Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 30-8-2022 ongegrond

Een huisarts kreeg een waarschuwing opgelegd door het tuchtcollege na een klacht van een patiënte. De huisarts diende een herzieningsverzoek in omdat een getuige niet was gehoord, wat door het Centraal Tuchtcollege werd toegewezen. Bij de nieuwe zitting verscheen de huisarts niet en had ze geen getuige meegebracht, terwijl de patiënte wel een getuige had. Het college oordeelde dat de huisarts zelf verantwoordelijk was voor het laten horen van de getuige en handhaafde de oorspronkelijke beslissing.

ECLI:NL:TGZREIN:2022:50
Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 8-10-2021 niet_ontvankelijk

Een militair klaagt een bedrijfsarts aan die als inspecteur bij de Inspectie Militaire Gezondheidszorg werkte, omdat hij een vertrouwelijk rapport over zijn medisch dossier zou hebben doorgestuurd. De klager verwijt de arts schending van het beroepsgeheim en het verspreiden van valse medische informatie. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht niet-ontvankelijk omdat de arts niet als behandelend arts bij de klager betrokken was en zijn handelen als inspecteur niet in voldoende verband staat met de individuele gezondheidszorg.

ECLI:NL:TGZRAMS:2021:103
Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 8-10-2021 niet_ontvankelijk

Een militair klaagt een bedrijfsarts aan die als inspecteur bij de Inspectie Militaire Gezondheidszorg werkte, omdat hij een vertrouwelijk rapport over zijn medisch dossier zou hebben doorgestuurd. De klager verwijt de arts schending van het beroepsgeheim en het verspreiden van valse medische informatie. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht niet-ontvankelijk omdat de arts niet als behandelend arts bij de klager betrokken was en zijn handelen als inspecteur niet in voldoende verband staat met de individuele gezondheidszorg.

ECLI:NL:TGZRAMS:2021:103
Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 17-9-2021 niet_ontvankelijk

Een moeder klaagde over de behandeling van haar meerderjarige dochter door een GZ-psycholoog. Het tuchtcollege oordeelde dat de moeder niet bevoegd was om namens haar dochter een klacht in te dienen, aangezien de dochter als meerderjarige zelfstandig handelingsbekwaam is. De dochter had de klacht aanvankelijk medeondertekend, maar trok dit later in en verklaarde dat ze de behandeling wilde voortzetten. Het college verklaarde de moeder daarom niet-ontvankelijk in haar klacht.

ECLI:NL:TGZRZWO:2021:87
Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 21-5-2021 niet_ontvankelijk

Een patiënt klaagde tegen een arts over de ontvangen zorg, maar de klacht bleek onvoldoende onderbouwd en niet navolgbaar. Het Regionaal Tuchtcollege gaf de patiënt de kans om de klacht aan te vullen, maar dit gebeurde niet binnen de gestelde termijn. Het Centraal Tuchtcollege bevestigde de beslissing om de klager niet-ontvankelijk te verklaren en verwierp het ingestelde beroep.

ECLI:NL:TGZCTG:2021:117
Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 27-10-2020 niet_ontvankelijk

Een echtpaar klaagt een arts-assistent gynaecologie aan omdat zij onzorgvuldig zou hebben gehandeld tijdens de bevalling van hun dochter, die levenloos ter wereld kwam. Het college stelt vast dat uit het dossier niet blijkt dat de aangeklaagde arts betrokken was bij de behandeling en dat de klagers niet duidelijk hebben gemaakt welke rol de arts had. Hierdoor kan de arts zich niet voldoende verdedigen. Het college verklaart de klacht daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

ECLI:NL:TGZRSGR:2020:112

Artikelen die hier in de praktijk bij horen

Deze artikelen worden opvallend vaak in dezelfde uitspraken aangehaald. Dat is het soort verband dat een jurist in zijn hoofd heeft en dat je nergens opgeschreven vindt.

Art. 4 Wet BIG

samen in 105 uitspraken

Art. 65 Wet BIG

samen in 73 uitspraken

Art. 47 Wet BIG

samen in 35 uitspraken

Art. 71 Wet BIG

samen in 20 uitspraken

Art. 5 Wet BIG

samen in 12 uitspraken

Art. 73 Wet BIG

samen in 10 uitspraken

Art. 1 Wet BIG

samen in 9 uitspraken

Art. 7:446 BW

samen in 8 uitspraken

Jouw situatie

Wat betekent dit artikel in jouw geval?

Een wetsartikel zegt pas iets als je het naast je eigen papieren legt. Stel je vraag aan Rechtswijs, dan zoeken we de bepalingen en uitspraken erbij die bij jouw situatie horen, en laten we zien waar het antwoord vandaan komt.

Gratis je vraag stellen

Deze pagina is samengesteld uit openbare bronnen: de wettekst van wetten.overheid.nl en gepubliceerde uitspraken van rechtspraak.nl. De samenvattingen per uitspraak zijn door Rechtswijs gemaakt en kunnen nuance missen; de uitspraak zelf is altijd leidend. Dit is geen juridisch advies.