Art. 8:69 Awb

De rechter beslist op basis van jouw beroepschrift, de stukken en de zitting, en mag zelf rechtsgronden en feiten aanvullen.

Wat dit voor jou betekent

Dit artikel bepaalt hoe de bestuursrechter tot een uitspraak komt. De rechter kijkt naar jouw beroepschrift, de overgelegde stukken, en wat er tijdens het vooronderzoek en de zitting is gezegd. Alleen die dingen vormen de grondslag voor de uitspraak. De rechter mag zelf rechtsgronden aanvullen. Dat betekent dat hij ook andere wettelijke regels mag gebruiken dan die jij hebt genoemd. Hij mag ook feiten aanvullen, maar dat is geen verplichting. Hij doet dat alleen als hij dat nodig vindt. Uit recente zaken blijkt hoe dit werkt. Je krijgt bijvoorbeeld een naheffingsaanslag voor parkeerbelasting en je gaat in beroep. De rechter kijkt dan eerst naar jouw beroepschrift. Als je geen concrete, zaakspecifieke gronden indient, kan het beroep zonder zitting worden afgedaan. Dat gebeurde in meerdere zaken. Maar als je wel een duidelijke fout aanwijst, kan de rechter die herstellen. In een zaak was het kostenbedrag van de aanslag verkeerd. De rechter verminderde de aanslag en kende proceskosten toe.

Wanneer kom je dit tegen?

  • • Je krijgt een naheffingsaanslag voor parkeerbelasting en je denkt dat die onjuist is. Je dient een beroep in, maar je vertelt niet precies waarom je het er niet mee eens bent. Je hoopt dat de rechter zelf alle fouten ontdekt. Je hebt betaald, maar de betaling blijkt voor een andere zone te zijn. Je krijgt te horen dat je beroep zonder zitting is afgedaan omdat het kennelijk ongegrond was.

Waar mensen op vastlopen

Veel mensen denken dat de rechter een groot onderzoek start en zelf alle fouten vindt. Maar de rechter begint met jouw beroepschrift. Als je alleen zegt dat je het er niet mee eens bent en geen concrete punten noemt, kan het beroep al snel kennelijk ongegrond worden verklaard. Dan krijg je niet eens een zitting. Geef dus altijd duidelijk aan welk onderdeel van de beslissing volgens jou fout is.

Deze uitleg is door Rechtswijs geschreven op basis van de wettekst en de uitspraken hieronder, en gecontroleerd op verwijzingen naar wetsartikelen die er niet zijn. Hij vervangt geen advies over jouw eigen situatie.

De rechter heeft dit artikel in 1.436 gepubliceerde uitspraken toegepast, de meest recente op 13-7-2026.

Wat er in de wet staat

1

De bestuursrechter doet uitspraak op de grondslag van het beroepschrift, de overgelegde stukken, het verhandelde tijdens het vooronderzoek en het onderzoek ter zitting.

2

De bestuursrechter vult ambtshalve de rechtsgronden aan.

3

De bestuursrechter kan ambtshalve de feiten aanvullen.

Bron: wetten.overheid.nl. Dit is de geldende tekst zoals wij hem hebben opgehaald. Controleer bij twijfel altijd de officiële versie.

Hoe deze zaken eindigden

  • ongegrond 677 · 47%
  • toegewezen 342 · 24%
  • gegrond 315 · 22%
  • afgewezen 88 · 6%
  • vernietigd 4 · 0%
  • vernietiging 4 · 0%

Let op wat deze woorden betekenen. "Toegewezen" zegt dat de rechter het verzoek toewees, niet wie er gelijk kreeg. Vroeg de werkgever om ontbinding, dan betekent toegewezen dat de werknemer zijn baan kwijt is. Vroeg de werknemer om vernietiging van zijn ontslag, dan betekent hetzelfde woord het tegenovergestelde. Deze cijfers zeggen dus iets over de procedure, niet over jouw kansen. Daarnaast zijn 4 tussenuitspraken buiten deze telling gehouden. Daarin heeft de rechter de zaak aangehouden en dus nog niets beslist.

De meest recente uitspraken

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 13-7-2026 gegrond

Een burger die een onjuist hoge naheffingsaanslag voor parkeerbelasting heeft ontvangen, wint gedeeltelijk: de aanslag wordt verminderd vanwege een fout in het kostenbedrag. Hoewel het betalingsbewijs niet overtuigend was voor de specifieke locatie, wordt recht gegeven aan een proceskostenvergoeding vanwege samenhang tussen meerdere zaken.

ECLI:NL:RBZWB:2026:6404
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 13-7-2026 toegewezen

De burger had een parkeerbelastingaanslag gekregen, maar beweerde dat hij had betaald via een app. De rechtbank oordeelde dat de betaling voor een andere zone was gedaan, dus geen geldige voldoening. De aanslag was echter te hoog: de kosten waren €57,75 in plaats van €52,75. Het beroep is gedeeltelijk gegrond, waardoor de aanslag wordt verminderd en een proceskostenvergoeding van €250 wordt toegekend.

ECLI:NL:RBZWB:2026:6408
Rechtbank Midden-Nederland 13-7-2026 ongegrond

De rechtbank heeft het verzet van een belastingbetaler ongegrond verklaard omdat het beroep zonder concrete, zaakspecifieke gronden was ingediend. Het beroep werd terecht zonder zitting afgedaan op grond van artikel 8:54 Awb, omdat het beroep kennelijk ongegrond was. De burger kreeg voldoende kans om gronden in te dienen, maar deed dat niet. Het verzoek om immateriële schadevergoeding werd afgewezen.

ECLI:NL:RBMNE:2026:4432
Rechtbank Midden-Nederland 13-7-2026 ongegrond

De rechtbank bevestigt dat een beroep terecht zonder zitting is afgedaan omdat het kennelijk ongegrond was. Het verzet van de burger is ongegrond, omdat hij geen concrete, zaakspecifieke gronden heeft ingediend. De uitspraak blijft dus stand.

ECLI:NL:RBMNE:2026:4340
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 13-7-2026 gegrond

Het beroep van een burger tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting is gedeeltelijk gegrond omdat de kosten van de aanslag onjuist waren vastgesteld. De aanslag wordt verminderd, en de burger krijgt recht op vergoeding van proceskosten, inclusief een hogere vergoeding wegens samenhang tussen meerdere zaken.

ECLI:NL:RBZWB:2026:6403
Rechtbank Midden-Nederland 13-7-2026 ongegrond

De rechtbank heeft het verzet van een belastingbetaler ongegrond verklaard omdat het beroep zonder zitting werd afgedaan op grond van artikel 8:54 Awb, omdat er geen concrete, zaakspecifieke gronden waren ingediend. De burger kon geen nieuwe argumenten aanvoeren in verzet, en de rechtbank zag geen reden tot twijfel over de uitkomst.

ECLI:NL:RBMNE:2026:4430
Rechtbank Midden-Nederland 13-7-2026 ongegrond

De rechtbank bevestigt dat het beroep kennelijk ongegrond was en terecht zonder zitting is afgedaan. Het verzet van de burger is ongegrond omdat er geen concrete, zaakspecifieke gronden zijn ingediend. De uitspraak blijft in stand en er is geen schadevergoeding toegewezen.

ECLI:NL:RBMNE:2026:4330
Rechtbank Midden-Nederland 13-7-2026 ongegrond

De rechtbank heeft het verzet van een partij tegen een uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb ongegrond verklaard, omdat het beroep kennelijk ongegrond was wegens ontbreken van concrete, zaakspecifieke beroepsgronden. De burger had voldoende tijd gehad om deze te concretiseren, maar deed dat niet.

ECLI:NL:RBMNE:2026:4429
Rechtbank Midden-Nederland 13-7-2026 ongegrond

De rechtbank heeft het beroep zonder zitting afgedaan omdat het kennelijk ongegrond was. Het verzet daarover is ongegrond, omdat de burger geen concrete beroepsgronden heeft ingediend. Het financiële belang ligt onder de €1.000,- en de termijnoverschrijding is minder dan twaalf maanden, waardoor immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.

ECLI:NL:RBMNE:2026:4335
Rechtbank Midden-Nederland 13-7-2026 ongegrond

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond omdat het beroep terecht zonder zitting is afgedaan op grond van artikel 8:54 Awb, gezien het ontbreken van concrete, zaakspecifieke beroepsgronden. Het financiële belang ligt onder de bagatelgrens en de termijnoverschrijding is te klein voor schadevergoeding.

ECLI:NL:RBMNE:2026:4329
Rechtbank Midden-Nederland 13-7-2026 ongegrond

De rechtbank bevestigt dat het beroep terecht zonder zitting is afgedaan omdat het kennelijk ongegrond was. De burger had geen concrete, zaakspecifieke gronden ingediend. Het verzet is ongegrond. Het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.

ECLI:NL:RBMNE:2026:4333
Rechtbank Midden-Nederland 13-7-2026 ongegrond

De rechtbank bevestigt dat het beroep terecht zonder zitting is afgedaan omdat het kennelijk ongegrond was. Het verzet van de burger is ongegrond, omdat hij geen concrete, zaakspecifieke gronden heeft ingediend. De uitspraak over de waardevaststelling blijft in stand.

ECLI:NL:RBMNE:2026:4328

Artikelen die hier in de praktijk bij horen

Deze artikelen worden opvallend vaak in dezelfde uitspraken aangehaald. Dat is het soort verband dat een jurist in zijn hoofd heeft en dat je nergens opgeschreven vindt.

Art. 8:75 Awb

samen in 485 uitspraken

Art. 6 EVRM

samen in 142 uitspraken

Art. 8:72 Awb

samen in 130 uitspraken

Art. 7:12 Awb

samen in 102 uitspraken

Art. 54 PW

samen in 101 uitspraken

Art. 58 PW

samen in 70 uitspraken

Art. 8:42 Awb

samen in 68 uitspraken

Art. 8:77 Awb

samen in 65 uitspraken

Jouw situatie

Wat betekent dit artikel in jouw geval?

Een wetsartikel zegt pas iets als je het naast je eigen papieren legt. Stel je vraag aan Rechtswijs, dan zoeken we de bepalingen en uitspraken erbij die bij jouw situatie horen, en laten we zien waar het antwoord vandaan komt.

Gratis je vraag stellen

Deze pagina is samengesteld uit openbare bronnen: de wettekst van wetten.overheid.nl en gepubliceerde uitspraken van rechtspraak.nl. De samenvattingen per uitspraak zijn door Rechtswijs gemaakt en kunnen nuance missen; de uitspraak zelf is altijd leidend. Dit is geen juridisch advies.