Art. 7:10 Awb
Na een bezwaarschrift moet de overheid binnen zes weken beslissen, maar die termijn kan langer worden als er een commissie is, als je iets moet aanvullen, of als de overheid de beslissing uitstelt.
Wat dit voor jou betekent
Als je bezwaar hebt gemaakt tegen een besluit, moet de overheid binnen zes weken beslissen. Die termijn begint de dag nadat de termijn voor het indienen van het bezwaar is verstreken. Als er een speciale commissie is ingeschakeld, krijgt de overheid twaalf weken in plaats van zes weken.
De termijn stopt als de overheid jou vraagt om een fout in je bezwaar te herstellen. Dat kan bijvoorbeeld een ontbrekende handtekening zijn. De termijn gaat pas weer lopen als jij dat herstelt of als de extra termijn die je hebt gekregen voorbij is.
De overheid kan de beslissing ook uitstellen. Dat mag eerst voor maximaal zes weken. Daarna mag het alleen langer als iedereen die bij de zaak is betrokken daarmee akkoord gaat, of als jij akkoord gaat en anderen geen last hebben. Ook mag het langer als er wettelijke regels moeten worden gevolgd.
Als de overheid de termijn opschort of uitstelt, moet zij dat schriftelijk aan de betrokkenen laten weten. Zo weet jij waar je aan toe bent.
Wanneer kom je dit tegen?
- • Je hebt bezwaar gemaakt en wacht op een beslissing.
- • De overheid vraagt je om extra informatie of een fout te herstellen.
- • Je wilt weten of de overheid te laat is en je naar de rechter kunt.
- • Je krijgt te horen dat de beslissing wordt uitgesteld.
- • Je bent het er niet mee eens dat de overheid meer tijd neemt.
Waar mensen op vastlopen
Veel mensen denken dat de overheid altijd binnen zes weken moet beslissen. Maar die termijn kan worden opgeschort of verlengd. Als je te snel naar de rechter stapt terwijl de termijn nog loopt, kan je beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. Let dus goed op of er een opschorting of uitstel is aangekondigd.
Deze uitleg is door Rechtswijs geschreven op basis van de wettekst en de uitspraken hieronder, en gecontroleerd op verwijzingen naar wetsartikelen die er niet zijn. Hij vervangt geen advies over jouw eigen situatie.
De rechter heeft dit artikel in 1.086 gepubliceerde uitspraken toegepast, de meest recente op 8-7-2026.
Wat er in de wet staat
Het bestuursorgaan beslist binnen zes weken of – indien een commissie als bedoeld in artikel 7:13 is ingesteld – binnen twaalf weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken.
De termijn wordt opgeschort gerekend vanaf de dag na die waarop de indiener is verzocht een verzuim als bedoeld in artikel 6:6 te herstellen, tot de dag waarop het verzuim is hersteld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken.
Het bestuursorgaan kan de beslissing voor ten hoogste zes weken verdagen.
Verder uitstel is mogelijk voor zover: a. alle belanghebbenden daarmee instemmen, b. de indiener van het bezwaarschrift daarmee instemt en andere belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden geschaad, of c. dit nodig is in verband met de naleving van wettelijke procedurevoorschriften.
Indien toepassing is gegeven aan het tweede, derde of vierde lid, doet het bestuursorgaan hiervan schriftelijk mededeling aan belanghebbenden.
Bron: wetten.overheid.nl. Dit is de geldende tekst zoals wij hem hebben opgehaald. Controleer bij twijfel altijd de officiële versie.
Hoe deze zaken eindigden
- ongegrond 420 · 39%
- toegewezen 282 · 26%
- gegrond 265 · 24%
- afgewezen 88 · 8%
- niet-ontvankelijk 26 · 2%
- gedeeltelijk toegewezen 2 · 0%
Let op wat deze woorden betekenen. "Toegewezen" zegt dat de rechter het verzoek toewees, niet wie er gelijk kreeg. Vroeg de werkgever om ontbinding, dan betekent toegewezen dat de werknemer zijn baan kwijt is. Vroeg de werknemer om vernietiging van zijn ontslag, dan betekent hetzelfde woord het tegenovergestelde. Deze cijfers zeggen dus iets over de procedure, niet over jouw kansen. Daarnaast zijn 6 tussenuitspraken buiten deze telling gehouden. Daarin heeft de rechter de zaak aangehouden en dus nog niets beslist.
De meest recente uitspraken
Het beroep van een ondernemer tegen de belastingdienst is niet-ontvankelijk omdat de inspecteur reeds tijdig uitspraak had gedaan op het bezwaar. Het beroep over de dwangsom is ongegrond, omdat de inspecteur binnen de wettelijke termijn had besloten.
ECLI:NL:RBGEL:2026:5369Een belastingplichtige heeft recht op een tijdig besluit van de Belastingdienst over een bezwaar. Bij vertraging kan beroep worden ingesteld. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en verplicht de inspecteur binnen twee weken een besluit te nemen, met een dwangsom bij vertraging en vergoeding van kosten.
ECLI:NL:RBZWB:2026:4602Burger heeft recht op een tijdig besluit van de Belastingdienst over een bezwaar. Bij vertraging kan beroep worden ingesteld, waardoor de inspecteur gedwongen wordt binnen twee weken een besluit te nemen en dwangsom betaalt. Kosten worden vergoed.
ECLI:NL:RBZWB:2026:4603Een burger die een herziening van een bestemmingsplan aanvraagt, moet leges betalen, ook al wordt de aanvraag later niet behandeld. De rechtbank bevestigt dat de heffing terecht is, omdat er sprake is van een belastbaar feit (aanvraag) en dienstverlening (behandeling in behandeling). Gewekt vertrouwen en eerdere toezeggingen voldoen niet als afweerargument. De leges zijn evenredig en de burger had de mogelijkheid om de aanvraag kosteloos in te trekken.
ECLI:NL:RBZWB:2026:4283Het beroep van een werknemer tegen het niet tijdig besluiten van het UWV is niet-ontvankelijk omdat de ingebrekestelling te vroeg werd verstuurd. Het beroep tegen het besluit over het voorschot op de WIA-uitkering is ongegrond: het voorschot is terecht toegekend, de hoorplicht is niet geschonden, en de hoogte is gebaseerd op redelijke uitgangspunten.
ECLI:NL:RBOBR:2026:3073Een kerkgebouw dat uitsluitend wordt gebruikt voor openbare erediensten, valt onder de kerkenvrijstelling bij de WOZ, ook al vindt dit slechts twee tot drie keer per jaar plaats. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en verlaagde de waarde tot nul, waardoor de onroerende zaakbelasting wordt geannuleerd.
ECLI:NL:RBNNE:2026:2237Een kerkgebouw dat uitsluitend wordt gebruikt voor openbare erediensten, valt onder de kerkenvrijstelling bij de WOZ, ook al vindt dit slechts twee tot drie keer per jaar plaats. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en verlaagde de waarde tot nul, waardoor de onroerende zaakbelasting wordt geannuleerd.
ECLI:NL:RBNNE:2026:2237De rechtbank oordeelt dat een parkeerbelastingaanslag terecht is opgelegd, ondanks persoonlijke omstandigheden van de betrokkene. Het beroep is ongegrond omdat de belasting objectief is en geen rekening houdt met menselijke fouten of zorgtaken. De eiser heeft geen ingebrekestelling gestuurd, wat vereist was om de termijnoverschrijding aan te pakken.
ECLI:NL:RBMNE:2026:1758De Belastingdienst oplegt navorderingsaanslagen en vergrijpboetes voor jaren 2009 tot 2019 wegens niet aangegeven buitenlandse rekeningen. Het Gerechtshof bevestigt de aanslagen, maar vernietigt die voor 2015 en 2016 wegens wijzigbare verdeling. De boetes zijn terecht vanwege grove schuld, maar kunnen matiging ondergaan.
ECLI:NL:GHDHA:2026:716De Belastingdienst heeft navorderingsaanslagen en vergrijpboetes opgelegd voor jaren 2010, 2011, 2014, 2015, 2016, 2018 en 2019 op basis van CRS-, FATCA- en Spaarrenterichtlijngegevens. Het Gerechtshof bevestigt deze aanslagen, omdat de Belastingdienst voldoende voortvarendheid heeft betracht bij het projectmatige onderzoek. Voor 2015 en 2016 mag de burger een andere verdeling van het box 3-vermogen kiezen. Boetes blijven behouden, maar worden met 10% gematigd.
ECLI:NL:GHDHA:2026:715De Belastingdienst heeft navorderingsaanslagen en vergrijpboetes opgelegd voor jaren 2010, 2011, 2014, 2015, 2016, 2018 en 2019 op basis van CRS-, FATCA- en Spaarrenterichtlijngegevens. Het Gerechtshof bevestigt deze aanslagen, omdat de Belastingdienst voldoende voortvarendheid heeft betracht bij het projectmatige onderzoek. Voor 2015 en 2016 mag de burger een andere verdeling van het box 3-vermogen kiezen. Boetes blijven behouden, maar worden met 10% gematigd.
ECLI:NL:GHDHA:2026:715Het beroep van een burger tegen een belastingaanslag is gegrond omdat de hoorplicht is geschonden en de aanslag in de beroepsfase correct is hersteld. Het verzoek tot dwangsom en vergoeding van immateriële schade wordt afgewezen.
ECLI:NL:RBNNE:2026:1417Artikelen die hier in de praktijk bij horen
Deze artikelen worden opvallend vaak in dezelfde uitspraken aangehaald. Dat is het soort verband dat een jurist in zijn hoofd heeft en dat je nergens opgeschreven vindt.
Art. 4:17 Awb
samen in 304 uitspraken
Art. 6:12 Awb
samen in 241 uitspraken
Art. 6:2 Awb
samen in 160 uitspraken
Art. 6:20 Awb
samen in 145 uitspraken
Art. 8:54 Awb
samen in 142 uitspraken
Art. 8:55d Awb
samen in 128 uitspraken
Art. 6 EVRM
samen in 111 uitspraken
Art. 25 AWR
samen in 98 uitspraken
Jouw situatie
Wat betekent dit artikel in jouw geval?
Een wetsartikel zegt pas iets als je het naast je eigen papieren legt. Stel je vraag aan Rechtswijs, dan zoeken we de bepalingen en uitspraken erbij die bij jouw situatie horen, en laten we zien waar het antwoord vandaan komt.
Gratis je vraag stellenDeze pagina is samengesteld uit openbare bronnen: de wettekst van wetten.overheid.nl en gepubliceerde uitspraken van rechtspraak.nl. De samenvattingen per uitspraak zijn door Rechtswijs gemaakt en kunnen nuance missen; de uitspraak zelf is altijd leidend. Dit is geen juridisch advies.