Art. 6:119a BW

Je hebt recht op wettelijke rente als iemand je geld te laat betaalt, maar je moet die rente ook betalen als je zelf te laat betaalt.

Wat dit voor jou betekent

Elk jaar wordt de rente opgeteld bij het oorspronkelijke bedrag. Daarna bereken je de rente over dat hogere bedrag. Als jullie een andere rente hebben afgesproken, dan geldt die ook als wettelijke rente. Let op: voor een kleine schuldeiser en een grote schuldenaar geldt een strengere regel. Dan mag de betaaltermijn niet langer zijn dan 30 dagen. Een langer beding is nietig.

Wanneer kom je dit tegen?

  • • Je hebt als ondernemer een factuur gestuurd en de klant betaalt niet binnen 30 dagen. Je bent zelf een bedrijf en je ontvangt een factuur van een leverancier, maar je betaalt te laat omdat je het niet eens bent met de prestatie. Je hebt een product verkocht en de koper heeft een betaaltermijn van 60 dagen afgesproken, maar je wilt sneller betaald worden. Je verhuurt een pand en de huurder betaalt de huur niet op tijd.

Waar mensen op vastlopen

Mensen denken vaak dat de wettelijke rente automatisch vanaf de factuurdatum loopt. Maar dat is niet zo. De rente begint pas na de uiterste betaaldag of na 30 dagen na ontvangst van de factuur of de prestatie. Daarnaast is er geen rente als de schuldeiser zelf in verzuim is of als de vertraging de schuldenaar niet is toe te rekenen. Ook kun je niet zomaar een lange betaaltermijn afspreken; de wet stelt grenzen.

Deze uitleg is door Rechtswijs geschreven op basis van de wettekst en de uitspraken hieronder, en gecontroleerd op verwijzingen naar wetsartikelen die er niet zijn. Hij vervangt geen advies over jouw eigen situatie.

De rechter heeft dit artikel in 2.153 gepubliceerde uitspraken toegepast, de meest recente op 23-7-2026.

Wat er in de wet staat

1

De schadevergoeding, verschuldigd wegens vertraging in de voldoening van een geldsom, bestaat in het geval van een handelsovereenkomst in de wettelijke rente van die som met ingang van de dag volgend op de dag die is overeengekomen als de uiterste dag van betaling tot en met de dag waarop de schuldenaar de geldsom heeft voldaan. Onder handelsovereenkomst wordt verstaan de overeenkomst om baat die een of meer van de partijen verplicht iets te geven of te doen en die tot stand is gekomen tussen een of meer natuurlijke personen die handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf of rechtspersonen.

2

Indien geen uiterste dag van betaling is overeengekomen, is de wettelijke rente van rechtswege verschuldigd: a. vanaf 30 dagen na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de schuldenaar de factuur heeft ontvangen, of b. indien de datum van ontvangst van de factuur niet vaststaat, of indien de schuldenaar de factuur ontvangt voordat hij de prestatie heeft ontvangen, vanaf 30 dagen na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de prestatie is ontvangen, of c. indien de schuldenaar een termijn heeft bedongen waarbinnen hij de ontvangen prestatie kan aanvaarden dan wel kan beoordelen of deze aan de overeenkomst beantwoordt, en indien hij de factuur ontvangt voordat hij de prestatie heeft aanvaard of beoordeeld, vanaf 30 dagen na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de schuldenaar de prestatie heeft aanvaard of beoordeeld, dan wel, indien hij zich niet over goedkeuring of aanvaarding uitspreekt, vanaf 30 dagen na de aanvang van de dag volgende op die waarop de termijn verstrijkt.

3

Telkens na afloop van een jaar wordt het bedrag waarover de wettelijke rente wordt berekend, vermeerderd met de over dat jaar verschuldigde rente.

4

De termijn bedoeld in lid 2 onder c bedraagt niet meer dan 30 dagen vanaf de datum van ontvangst van de prestatie, tenzij partijen uitdrukkelijk een langere termijn overeenkomen en deze termijn niet kennelijk onbillijk is jegens de schuldeiser, mede gelet op: a. de vraag of de schuldenaar objectieve redenen heeft om af te wijken van de 30 dagen termijn; b. de aard van de prestatie; en c. elke aanmerkelijke afwijking van goede handelspraktijken.

5

Partijen kunnen een uiterste dag van betaling overeenkomen van ten hoogste 60 dagen, tenzij zij uitdrukkelijk een langere termijn van betaling in de overeenkomst opnemen en deze termijn niet kennelijk onbillijk is jegens de schuldeiser, mede gelet op: a. de vraag of de schuldenaar objectieve redenen heeft om af te wijken van de 60 dagen termijn; b. de aard van de prestatie; en c. elke aanmerkelijke afwijking van goede handelspraktijken.

6

In afwijking van lid 5 kunnen partijen geen uiterste dag van betaling overeenkomen van meer dan 30 dagen indien de schuldenaar een rechtspersoon is die op twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien op twee opeenvolgende balansdata, niet heeft voldaan aan ten minste twee van de vereisten, bedoeld in artikel 397, leden 1 en 2 van Boek 2 , en de schuldeiser een natuurlijk persoon is die handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf of een rechtspersoon, die gedurende die periode aan ten minste twee van die vereisten heeft voldaan. Een beding in een overeenkomst in strijd met de vorige zin is nietig.

7

Geen wettelijke rente is verschuldigd wanneer de schuldeiser zelf in verzuim is.

8

De wettelijke rente is verschuldigd behalve voor zover de vertraging niet aan de schuldenaar kan worden toegerekend.

9

Voor de toepassing van dit artikel wordt met de wettelijke rente gelijkgesteld een andere overeengekomen rente.

Bron: wetten.overheid.nl. Dit is de geldende tekst zoals wij hem hebben opgehaald. Controleer bij twijfel altijd de officiële versie.

Hoe deze zaken eindigden

  • toegewezen 1.858 · 86%
  • afgewezen 235 · 11%
  • ongegrond 43 · 2%
  • gegrond 12 · 1%
  • gedeeltelijk toegewezen 4 · 0%
  • verweten 1 · 0%

Let op wat deze woorden betekenen. "Toegewezen" zegt dat de rechter het verzoek toewees, niet wie er gelijk kreeg. Vroeg de werkgever om ontbinding, dan betekent toegewezen dat de werknemer zijn baan kwijt is. Vroeg de werknemer om vernietiging van zijn ontslag, dan betekent hetzelfde woord het tegenovergestelde. Deze cijfers zeggen dus iets over de procedure, niet over jouw kansen. Daarnaast zijn 102 tussenuitspraken buiten deze telling gehouden. Daarin heeft de rechter de zaak aangehouden en dus nog niets beslist.

De meest recente uitspraken

Rechtbank Amsterdam 23-7-2026 toegewezen

De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens ernstige huurachterstand en tekortkomingen in nakoming. De huurder moet de winkel ontruimen, de huurprijs is vastgesteld op €1.502,37 per maand, en diverse kosten moeten worden betaald, inclusief huurachterstand, verzekeringspremie, incassokosten en proceskosten.

ECLI:NL:RBAMS:2026:7698
Rechtbank Gelderland 22-7-2026 toegewezen

Een horeca-ondernemer moet betalen voor het gebruik van muziek in zijn zaak zonder licentie, ook als hij denkt dat de muziek royaltyvrij is. De rechtbank bevestigt dat hij inbreuk pleegt op auteurs- en naburige rechten en moet vergoeden voor 2024 en 2025, met een verminderde schadevergoeding en dwangsom bij overtreding.

ECLI:NL:RBGEL:2026:5910
Rechtbank Den Haag 15-7-2026 toegewezen

Een ondernemer die een evenement annuleert binnen twee maanden vooraf, moet een vergoeding betalen volgens een annuleringsclausule, maar het oorspronkelijke bedrag van €6.000 wordt gematigd tot €4.000 omdat er geen schade is geleden. Overmacht is niet aangetoond. Buitengerechtelijke incassokosten en rente worden toegekend.

ECLI:NL:RBDHA:2026:19595
Rechtbank Limburg 15-7-2026 toegewezen

De leverancier van een parketvloer is aansprakelijk voor een gebrek dat niet kon worden hersteld door een voorgestelde oplossing. De vloer moest volledig worden vervangen, waardoor de leverancier moet betalen voor de kosten van vervanging, verwijdering, arbeid en materialen, inclusief rente en incassokosten.

ECLI:NL:RBLIM:2026:6819
Rechtbank Gelderland 15-7-2026 toegewezen

De rechtbank beslist dat een Zwitserse onderneming de koopovereenkomst met een Nederlandse verkoper niet mag ontbinden, omdat de algemene voorwaarden van toepassing zijn en ontbinding daaruit is uitgesloten. De koper moet het resterende bedrag van €20.000 betalen en de dieplader binnen twee maanden ophalen, met dwangsom bij niet-nakoming.

ECLI:NL:RBGEL:2026:5863
Rechtbank Den Haag 15-7-2026 toegewezen

Een ondernemer die een evenement annuleert binnen twee maanden vooraf, moet een vergoeding betalen volgens een annuleringsclausule, maar het oorspronkelijke bedrag van €6.000 wordt gematigd tot €4.000 omdat er geen schade is geleden. Overmacht is niet aangetoond. Buitengerechtelijke incassokosten en rente worden toegekend.

ECLI:NL:RBDHA:2026:19595
Rechtbank Limburg 15-7-2026 toegewezen

Een bedrijf moet een hoogtebedrag voor dienstverlening betalen, inclusief rente en incassokosten, omdat de overeenkomst niet geldig is opgezegd en geen wilsgebrek is aangetoond. De dienstverlener heeft voldaan aan haar verplichtingen, terwijl de klant niet heeft samengewerkt.

ECLI:NL:RBLIM:2026:6621
Rechtbank Amsterdam 10-7-2026 toegewezen

Een horecaondernemer moet onbetaalde energiefacturen betalen omdat er sprake is van een geldig digitale energiecontract, bevestigd door e-mail, mobiele authenticatie en een erkende betalingsbelofte, ondanks ontkennen van ondertekening. Het gerecht toewijst de vordering en vergoedt incassokosten en rente.

ECLI:NL:RBAMS:2026:7115
Rechtbank Rotterdam 10-7-2026 toegewezen

Een ondernemer heeft facturen niet betaald, waardoor een kort geding werd ingesteld. Door verstek van de gedaagde wordt de hoofdsom van € 6.840,00 met wettelijke rente toegewezen, evenals de proceskosten. De subsidiaire vordering wordt afgewezen.

ECLI:NL:RBROT:2026:8487
Rechtbank Amsterdam 9-7-2026 toegewezen

Een consument heeft een online cursus besteld en haar herroepingsrecht gebruikt. De verkoper beloofde terugbetaling binnen 14 dagen, maar betaalde later. Hoewel de consument een extra termijn gaf, schakelde ze een incassobureau in. De rechter stelt dat rente volgens artikel 6:119 BW wel toewijsbaar is, maar incassokosten niet, omdat deze niet redelijk waren onder de gegeven omstandigheden.

ECLI:NL:RBAMS:2026:7409
Rechtbank Limburg 8-7-2026 toegewezen

Een ondernemer die een 'deelnameformulier' ondertekent voor reclame op winkelwagens, is gebonden aan een vijfjarige overeenkomst met automatische verlenging, ook al dacht hij dat het vrijblijvend was. De rechter oordeelt dat er sprake is van wilsovereenstemming, geen dwaling en geen reflexwerking. De vordering tot betaling van de facturen wordt toegewezen.

ECLI:NL:RBLIM:2026:6298
Rechtbank Limburg 8-7-2026 toegewezen

De kantonrechter beslist dat de overeenkomst 24 maanden duurt, met een ingangsdatum van 5 november 2022, en dat de laatste kwartaalfactuur terecht is ingehouden. De hoofdsom van € 3.529,09 en incassokosten van € 415,40 worden toegekend. De gedaagde partij moet de proceskosten dragen.

ECLI:NL:RBLIM:2026:6489

Artikelen die hier in de praktijk bij horen

Deze artikelen worden opvallend vaak in dezelfde uitspraken aangehaald. Dat is het soort verband dat een jurist in zijn hoofd heeft en dat je nergens opgeschreven vindt.

Art. 6:119 BW

samen in 1.321 uitspraken

Art. 6:96 BW

samen in 568 uitspraken

Art. 233 Rv

samen in 230 uitspraken

Art. 237 Rv

samen in 225 uitspraken

Art. 6:265 BW

samen in 163 uitspraken

Art. 6:74 BW

samen in 146 uitspraken

Art. 6:83 BW

samen in 136 uitspraken

Art. 150 Rv

samen in 127 uitspraken

Jouw situatie

Wat betekent dit artikel in jouw geval?

Een wetsartikel zegt pas iets als je het naast je eigen papieren legt. Stel je vraag aan Rechtswijs, dan zoeken we de bepalingen en uitspraken erbij die bij jouw situatie horen, en laten we zien waar het antwoord vandaan komt.

Gratis je vraag stellen

Deze pagina is samengesteld uit openbare bronnen: de wettekst van wetten.overheid.nl en gepubliceerde uitspraken van rechtspraak.nl. De samenvattingen per uitspraak zijn door Rechtswijs gemaakt en kunnen nuance missen; de uitspraak zelf is altijd leidend. Dit is geen juridisch advies.