Art. 47 Advocatenwet
Dit artikel regelt uit hoeveel mensen een tuchtcollege voor advocaten bestaat, en wanneer een beslissing van dat college ongeldig is.
Wat dit voor jou betekent
Als je een klacht indient over een advocaat, behandelt een tuchtcollege je klacht. Dit artikel bepaalt uit wie dat college bestaat. Er moet een voorzitter zijn en twee advocaten als leden. Als dat niet zo is, is de beslissing van het college nietig. Dat betekent dat de beslissing juridisch niet bestaat.
Het tuchtcollege kan ook uit meer mensen bestaan. Als een van de leden vindt dat de zaak te moeilijk is voor drie personen, dan wordt de zaak behandeld door vijf leden. Ook dan is er een voorzitter bij. Zo kan het college een lastige zaak met meer kennis beoordelen.
Wat gebeurt er als de voorzitter midden in een zaak verhinderd is? Bijvoorbeeld door ziekte. Dan mag een plaatsvervangende voorzitter de taak overnemen. De zaak hoeft niet opnieuw te beginnen.
In dit artikel staat ook dat een aantal regels uit het Wetboek van Strafvordering van toepassing is op de leden van het tuchtcollege. Die regels gelden eigenlijk voor rechters in strafzaken. Nu gelden ze ook voor de mensen die over jouw klacht tegen een advocaat beslissen.
Wanneer kom je dit tegen?
- • Je hebt een klacht ingediend tegen je advocaat en je wilt weten wie over je klacht beslist. Je bent advocaat en er loopt een tuchtzaak tegen je. Tijdens een zitting wordt de voorzitter onwel en een vervanger neemt het over. Een van de leden vindt dat het college de zaak niet goed kan beoordelen en roept een uitgebreid college bijeen.
Waar mensen op vastlopen
Mensen denken vaak dat een tuchtcollege altijd uit drie leden moet bestaan. Maar de wet geeft ruimte voor een college van vijf leden, als een lid dat nodig vindt. Ook mag een verhinderde voorzitter worden vervangen. Een beslissing is alleen nietig als de verplichte onderdelen ontbreken, zoals een voorzitter of de twee advocaat-leden. Het is dus niet zo dat elke afwijking van het getal drie de beslissing ongeldig maakt.
Deze uitleg is door Rechtswijs geschreven op basis van de wettekst en de uitspraken hieronder, en gecontroleerd op verwijzingen naar wetsartikelen die er niet zijn. Hij vervangt geen advies over jouw eigen situatie.
De rechter heeft dit artikel in 193 gepubliceerde uitspraken toegepast, de meest recente op 26-6-2026.
Wat er in de wet staat
Aan de behandeling en de beslissing van tuchtzaken wordt op straffe van nietigheid deelgenomen door de voorzitter of een van de plaatsvervangende voorzitters, alsmede twee leden-advocaten of plaatsvervangende leden-advocaten. Indien de zaak naar het oordeel van een van deze leden ongeschikt is voor behandeling en beslissing door drie leden, wordt de behandeling voortgezet door vijf leden, onder wie de voorzitter of een van de plaatsvervangende voorzitters. Indien de voorzitter of plaatsvervangende voorzitter door na aanvang van de zaak opgekomen omstandigheden is verhinderd, kan deze worden vervangen door een plaatsvervangende voorzitter.
De artikelen 512 tot en met 519 van het Wetboek van Strafvordering zijn ten aanzien van de voorzitter, de plaatsvervangende voorzitters, de leden-advocaten en de plaatsvervangende leden-advocaten van overeenkomstige toepassing. 2014 354 15-10-2014 01-10-2014 32382 2014 429 14-11-2014 10-11-2014 01-01-2015 Artikel IVA van Stb. 2014/354 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Bron: wetten.overheid.nl. Dit is de geldende tekst zoals wij hem hebben opgehaald. Controleer bij twijfel altijd de officiële versie.
Hoe deze zaken eindigden
- afgewezen 103 · 53%
- ongegrond 70 · 36%
- gegrond 8 · 4%
- niet-ontvankelijk 6 · 3%
- toegewezen 6 · 3%
Let op wat deze woorden betekenen. "Toegewezen" zegt dat de rechter het verzoek toewees, niet wie er gelijk kreeg. Vroeg de werkgever om ontbinding, dan betekent toegewezen dat de werknemer zijn baan kwijt is. Vroeg de werknemer om vernietiging van zijn ontslag, dan betekent hetzelfde woord het tegenovergestelde. Deze cijfers zeggen dus iets over de procedure, niet over jouw kansen.
De meest recente uitspraken
Een burger probeert een tuchtrechter te wraken op grond van vermeende partijdigheid door een ontvangstbevestiging met dubbele opties voor besluitvorming. De wrakingskamer oordeelt dat dit geen voldoende grond is voor wraking, omdat zaken ook na een schriftelijke aankondiging op zitting kunnen worden behandeld. Het verzoek wordt daarom kennelijk ongegrond afgewezen.
ECLI:NL:TADRAMS:2026:137Een burger die een tuchtrechtelijke klacht heeft ingediend, probeert de tuchtrechters te wraken vanwege vermeende belangenverstrengeling en afwijzing van zijn verzoek tot aanhouding. De wrakingskamer verklaart het verzoek kennelijk ongegrond omdat de gronden niet leiden tot een objectief fundamenteel twijfel over de onpartijdigheid van de tuchtrechters.
ECLI:NL:TADRSHE:2026:65De wrakingskamer verklaart drie wrakingsverzoeken kennelijk niet-ontvankelijk of ongegrond omdat ze te laat zijn ingediend en gebaseerd op misbruik van het wrakingsrecht. De burger had de tuchtrechters moeten wraakken zodra hij daarvoor aanleiding had, niet pas na afloop van zittingen of ontvangst van verweerschriften.
ECLI:NL:TADRAMS:2026:77Het wrakingsverzoek van een burger tegen een tuchtrechter is kennelijk niet-ontvankelijk omdat het te laat werd ingediend, ondanks dat de gronden al bekend waren sinds januari 2026. De procedure gaat verder, en een volgend wrakingsverzoek wordt niet meer behandeld.
ECLI:NL:TADRARL:2026:76Een burger die een tuchtrechter wil wraken op grond van beperkte behandeltijd en geweigerde stukken, krijgt geen steun. De wrakingskamer constateert dat de beslissingen gebaseerd waren op het procesreglement en geen aanwijzingen zijn voor partijdigheid. Het verzoek wordt kennelijk ongegrond afgewezen.
ECLI:NL:TADRAMS:2026:16Een wrakingsverzoek tegen tuchtrechters is kennelijk ongegrond omdat de weigering om bepaalde feiten tijdens de zitting op te nemen, een processuele keuze was en geen grond geeft voor een gerechtvaardigde twijfel aan hun onpartijdigheid. De zaak wordt hervat in de oorspronkelijke stand.
ECLI:NL:TADRAMS:2026:7Een verzoek tot wraking van een tuchtrechter is ongegrond verklaard omdat de beslissing over aanvullende stukken een legitieme procesbeslissing was en geen aanwijzing gaf voor partijdigheid. Ook werd misbruik van het wrakingsrecht vastgesteld, waardoor een volgend verzoek niet wordt overwogen.
ECLI:NL:TADRARL:2025:225Een burger die een tuchtrechtelijke klacht heeft ingediend, verzoekt de tuchtrechters te wraken vanwege vermeende partijdigheid. De wrakingskamer oordeelt dat het verzoek kennelijk ongegrond is, omdat alleen algemene kritiek op het tuchtsysteem geen voldoende grond vormt voor wraking. De zaak wordt hervat in de oorspronkelijke stand.
ECLI:NL:TADRAMS:2025:182De wrakingskamer verklaart de verzoeken tot wraking van tuchtrechter mr. Mok gegrond, omdat hij zowel eerder een tuchtklacht heeft ingediend tegen de verzoekster als nu als advocaat optreedt tegen haar cliënte. Deze combinatie van historische en actuele conflicten leidt tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid. De zaken moeten daarom worden behandeld zonder hem.
ECLI:NL:TADRSHE:2025:118Een burger die tuchtrechtelijke klachten heeft ingediend, probeert tuchtrechters te wraken vanwege vermeende ongelijke behandeling en partijdigheid bij het beoordelen van stukkenindieningen. De wrakingskamer acht de beslissingen gerechtvaardigd en afwijst de verzoeken, omdat ze gebaseerd zijn op het procesreglement en geen blijk geven van vooringenomenheid. Bovendien constateert de kamer misbruik van het wrakingsrecht en sluit een volgend verzoek af.
ECLI:NL:TADRAMS:2025:120Een burger die een tuchtrechter wil wraken wegens betrokkenheid bij een eerdere ongunstige beslissing, krijgt geen wraking toegewezen als de reden slechts bestaat uit oneensheid met een alsnog onherroepelijke uitspraak. De schijn van partijdigheid is niet voldoende zonder concrete aanwijzingen voor vooringenomenheid.
ECLI:NL:TADRSHE:2025:97Een burger die een verzetprocedure voert tegen een tuchtrechter, stelt dat de voorzitter onpartijdig is door gebrek aan gelegenheid om pleitaantekeningen voor te lezen, slechthoorheid en een kort, gehaast proces. De wrakingskamer oordeelt dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid is en verklaart het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond.
ECLI:NL:TADRSHE:2025:96Artikelen die hier in de praktijk bij horen
Deze artikelen worden opvallend vaak in dezelfde uitspraken aangehaald. Dat is het soort verband dat een jurist in zijn hoofd heeft en dat je nergens opgeschreven vindt.
Art. 512 WvSv
samen in 150 uitspraken
Art. 2 Advocatenwet
samen in 71 uitspraken
Art. 515 WvSv
samen in 58 uitspraken
Art. 4 WvSv
samen in 46 uitspraken
Art. 6 EVRM
samen in 25 uitspraken
Art. 513 WvSv
samen in 22 uitspraken
Art. 46 Advocatenwet
samen in 14 uitspraken
Art. 1 WvSv
samen in 13 uitspraken
Jouw situatie
Wat betekent dit artikel in jouw geval?
Een wetsartikel zegt pas iets als je het naast je eigen papieren legt. Stel je vraag aan Rechtswijs, dan zoeken we de bepalingen en uitspraken erbij die bij jouw situatie horen, en laten we zien waar het antwoord vandaan komt.
Gratis je vraag stellenDeze pagina is samengesteld uit openbare bronnen: de wettekst van wetten.overheid.nl en gepubliceerde uitspraken van rechtspraak.nl. De samenvattingen per uitspraak zijn door Rechtswijs gemaakt en kunnen nuance missen; de uitspraak zelf is altijd leidend. Dit is geen juridisch advies.