Art. 350 FW
De rechter kan jouw schuldsanering vroegtijdig stoppen, bijvoorbeeld als je je niet aan de afspraken houdt of als je schulden al zijn afgelost.
Wat dit voor jou betekent
Deze regel gaat over het stoppen van de schuldsaneringsregeling voordat de periode voorbij is. De rechtbank kan dit doen. Soms vraagt iemand erom, bijvoorbeeld de bewindvoerder of een schuldeiser. De rechtbank mag ook zelf beslissen om te stoppen. Voordat dat gebeurt, moet de rechtbank jou eerst horen.
Wanneer kom je dit tegen?
- • Je zit in een schuldsanering en je hebt een erfenis gekregen, maar je meldt dat niet bij de bewindvoerder. Je verzwijgt dat je een extra baan hebt of dat er geld op een buitenlandse rekening staat. Je komt niet opdagen bij verhoren van de rechtbank of de rechter-commissaris. Je betaalt je aflossing niet, en je lost nieuwe schulden op zonder het te vertellen. De rechter ontdekt dat je bij de start al onvolledige informatie hebt gegeven, waardoor je eigenlijk niet toegelaten had mogen worden.
Waar mensen op vastlopen
Een veelgemaakte fout is denken dat je schuldsanering alleen stopt als je niet betaalt. Maar de rechter kijkt ook naar je houding en eerlijkheid. Als je iets geheimhoudt, bijvoorbeeld een erfenis, een bankrekening of extra inkomsten, kan dat ernstig zijn. Zelfs als je netjes aflost, kan de rechtbank de regeling stoppen. Daarna kun je in een faillissement terechtkomen en verlies je de controle over je bezittingen.
Deze uitleg is door Rechtswijs geschreven op basis van de wettekst en de uitspraken hieronder, en gecontroleerd op verwijzingen naar wetsartikelen die er niet zijn. Hij vervangt geen advies over jouw eigen situatie.
De rechter heeft dit artikel in 1.165 gepubliceerde uitspraken toegepast, de meest recente op 23-7-2026.
Wat er in de wet staat
De rechtbank kan de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigen op voordracht van de rechter-commissaris of op verzoek van de bewindvoerder, van de schuldenaar dan wel van een of meer schuldeisers. Zij kan zulks ook ambtshalve doen.
Alvorens te beslissen roept de rechtbank de schuldenaar op teneinde door haar te worden gehoord. Tevens kan zij schuldeisers en de bewindvoerder daartoe oproepen.
Een beëindiging bedoeld in het eerste lid geschiedt indien: a. de vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, zijn voldaan; b. de schuldenaar in staat is zijn betalingen te hervatten; c. de schuldenaar een of meer van zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren nakomt of door zijn doen of nalaten de uitvoering van de schuldsaneringsregeling anderszins belemmert dan wel frustreert; d. de schuldenaar bovenmatige schulden doet of laat ontstaan; e. de schuldenaar tracht zijn schuldeisers te benadelen; f. feiten en omstandigheden bekend worden die op het tijdstip van de indiening van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling reeds bestonden en die reden zouden zijn geweest het verzoek af te wijzen overeenkomstig artikel 288, eerste en tweede lid ; g. de schuldenaar aannemelijk maakt niet in staat te zijn aan zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen te voldoen.
De uitspraak geschiedt bij vonnis. In de gevallen bedoeld in het derde lid, onder a en b, en bij het ontbreken van enige baten voor uitdeling, blijft verificatie van vorderingen alsmede het opmaken van en uitdelingslijst achterwege en eindigt de schuldsanering door het in kracht van gewijsde gaan van het vonnis.
Indien de beëindiging geschiedt op grond van het bepaalde in het derde lid, onder c tot en met g, en er baten beschikbaar zijn om daaruit vorderingen geheel of gedeeltelijk te voldoen, verkeert de schuldenaar van rechtswege in staat van faillissement zodra de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan. De rechtbank benoemt terstond een rechter-commissaris en een curator.
Van de beëindiging wordt door de bewindvoerder aankondiging gedaan in de Staatscourant of, indien het vijfde lid toepassing vindt, door de curator in de publicatie bedoeld in artikel 14, derde lid . 2016 290 21-07-2016 13-07-2016 34212 2017 174 04-05-2017 01-05-2017 01-09-2017 Artikel CIX van Stb. 2016/290 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Bron: wetten.overheid.nl. Dit is de geldende tekst zoals wij hem hebben opgehaald. Controleer bij twijfel altijd de officiële versie.
Hoe deze zaken eindigden
- toegewezen 769 · 66%
- afgewezen 264 · 23%
- ongegrond 78 · 7%
- gegrond 44 · 4%
- niet-ontvankelijk 8 · 1%
- beëindigd 1 · 0%
Let op wat deze woorden betekenen. "Toegewezen" zegt dat de rechter het verzoek toewees, niet wie er gelijk kreeg. Vroeg de werkgever om ontbinding, dan betekent toegewezen dat de werknemer zijn baan kwijt is. Vroeg de werknemer om vernietiging van zijn ontslag, dan betekent hetzelfde woord het tegenovergestelde. Deze cijfers zeggen dus iets over de procedure, niet over jouw kansen. Daarnaast zijn 20 tussenuitspraken buiten deze telling gehouden. Daarin heeft de rechter de zaak aangehouden en dus nog niets beslist.
De meest recente uitspraken
Een burger die een schuldsaneringsregeling heeft, wordt tussentijds beëindigd vanwege ernstige tekortkomingen in de informatieverplichting. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk vanwege termijnoverschrijding, die niet verschoonbaar is. Zelfs indien het zou zijn, zou het beroep niet tot vernietiging leiden vanwege de ernst van de onvolledige openheid.
ECLI:NL:GHDHA:2026:2276De rechtbank beëindigt de wettelijke schuldsaneringsregeling tussentijds omdat de verweerster tijdens de toelating onjuist of onvolledig informatie gaf en schuldeisers benadeelde door onrechtmatige beslaglegging en het verbergen van vermogen via een netwerk van vennootschappen. Geen schone lei wordt toegekend.
ECLI:NL:RBMNE:2026:4006De schuldsaneringsregeling wordt tussentijds beëindigd omdat de schuldenaar zijn verplichtingen niet nakomt, niet verschijnt bij verhoren, vernielingen veroorzaakt, nieuwe schulden oploopt en terugval in middelengebruik vertoont. Er is geen faillissement van rechtswege vanwege gebrek aan actief.
ECLI:NL:RBNNE:2026:3041Een schuldenaar wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep omdat hij de beroepstermijn overschreed en ernstig tekortkwam in zijn informatieverplichting tijdens de schuldsaneringsregeling, waaronder het verzwijgen van buitenlandse vennootschappen, werkzaamheid bij een familiebedrijf en een Belgische bankrekening. Het gerechtshof beslist dat de regeling tussentijds moet worden beëindigd.
ECLI:NL:GHDHA:2026:2094De schuldsaneringsregeling van een burger is beëindigd omdat hij tekort schoot in de nakoming van informatie- en inspanningsverplichtingen, zonder bewijs van vrijstelling van sollicitatieplicht of inkomensbron. Het hof bekrachtigt dit vonnis en adviseert een eventueel beschermingsbewind.
ECLI:NL:GHDHA:2026:2277De schuldsaneringsregeling wordt tussentijds beëindigd omdat de schuldenaar een erfenis ontving, deze volledig uitgaf zonder de schuldeisers of de rechtbank te informeren, en daarmee zijn inlichtingenplicht schond. Geen baten zijn beschikbaar voor voldoening van schulden, wat leidt tot afwijzing van de regeling.
ECLI:NL:RBOVE:2026:4001De schuldsaneringsregeling wordt tussentijds beëindigd omdat de schuldenaar een erfenis ontving, deze volledig uitgaf zonder de schuldeisers of de rechtbank te informeren, en daarmee zijn inlichtingenplicht schond. Geen baten zijn beschikbaar voor voldoening van schulden, wat leidt tot afwijzing van de regeling.
ECLI:NL:RBOVE:2026:4001De Hoge Raad beslist dat de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling niet gerechtvaardigd is, omdat de schuldenaar niet ten onrechte tegenstrijdige standpunten heeft ingenomen en te goeder trouw is geweest. De verweren in de bodemprocedure waren niet kansloos en kunnen niet als misbruik van het procesrecht worden gezien.
ECLI:NL:HR:2026:846Het Gerechtshof Den Haag vernietigt het faillissement van rechtswege dat was uitgesproken na beëindiging van een schuldsaneringsregeling, omdat niet is aangetoond dat baten beschikbaar waren voor voldoening van schulden. Het besluit is gebaseerd op de uitspraak van de bewindvoerder dat het faillissement zou worden opgeheven bij gebrek aan baten.
ECLI:NL:GHDHA:2026:2096De beslissing tot verlening van de schone lei in een schuldsaneringsregeling (WSNP) moet worden aangehouden zolang er een verzoek tot tussentijdse beëindiging is ingediend dat nog niet onherroepelijk is beslist. De schuldenaar krijgt de schone lei pas na een definitieve uitspraak over de tussentijdse beëindiging.
ECLI:NL:GHARL:2026:3388De schuldsaneringsregeling wordt tussentijds beëindigd omdat de schuldenaar belangrijke inkomsten via een Spaanse bankrekening niet heeft gemeld en zijn informatieplicht schond. Hierdoor komt hij automatisch in faillissement.
ECLI:NL:RBNNE:2026:1991De schuldsaneringsregeling wordt tussentijds beëindigd omdat de schuldenaar belangrijke inkomsten via een Spaanse bankrekening niet heeft gemeld en zijn informatieplicht schond. Hierdoor komt hij automatisch in faillissement.
ECLI:NL:RBNNE:2026:1991Artikelen die hier in de praktijk bij horen
Deze artikelen worden opvallend vaak in dezelfde uitspraken aangehaald. Dat is het soort verband dat een jurist in zijn hoofd heeft en dat je nergens opgeschreven vindt.
Art. 288 FW
samen in 244 uitspraken
Art. 2 FW
samen in 212 uitspraken
Art. 1 FW
samen in 206 uitspraken
Art. 3 FW
samen in 157 uitspraken
Art. 5 FW
samen in 110 uitspraken
Art. 354 FW
samen in 101 uitspraken
Art. 1:431 BW
samen in 84 uitspraken
Art. 358 FW
samen in 82 uitspraken
Jouw situatie
Wat betekent dit artikel in jouw geval?
Een wetsartikel zegt pas iets als je het naast je eigen papieren legt. Stel je vraag aan Rechtswijs, dan zoeken we de bepalingen en uitspraken erbij die bij jouw situatie horen, en laten we zien waar het antwoord vandaan komt.
Gratis je vraag stellenDeze pagina is samengesteld uit openbare bronnen: de wettekst van wetten.overheid.nl en gepubliceerde uitspraken van rechtspraak.nl. De samenvattingen per uitspraak zijn door Rechtswijs gemaakt en kunnen nuance missen; de uitspraak zelf is altijd leidend. Dit is geen juridisch advies.